Belasting

Werkelijk rendement in box 3: wanneer loont de tegenbewijsregeling?

De Belastingdienst vergelijkt fictief en werkelijk rendement en gebruikt het bedrag dat voor jou het voordeligst is. Lees wanneer doorgeven zin kan hebben.

Je hebt spaargeld, beleggingen of een verhuurde woning in box 3 en je hoort steeds vaker de term werkelijk rendement. De vraag waar je dan mee zit, is of het iets oplevert om je eigen cijfers aan de Belastingdienst door te geven, of dat het vooral veel uitzoekwerk is voor niets. Het antwoord hangt af van het verschil tussen het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekent en wat je vermogen werkelijk heeft opgeleverd.

Hoe de tegenbewijsregeling werkt

De Belastingdienst berekent je box 3 inkomen normaal met een fictief rendement, een vast percentage per vermogenssoort. Geef je je werkelijke rendement door, dan berekent de Belastingdienst de belasting op twee manieren, met het fictieve rendement en met het werkelijke rendement. De Belastingdienst gebruikt altijd het bedrag dat voor jou het voordeligst is. Is je werkelijke rendement lager dan het forfaitair berekende rendement, dan betaal je alleen belasting over het werkelijke rendement. Is het hoger, dan blijft de aanslag op het fictieve rendement staan.

Doorgeven is niet verplicht. Doe je niets, dan krijg je een definitieve aanslag op basis van het fictieve rendement. En let op, de Belastingdienst heeft jouw gegevens over werkelijk rendement niet. Je moet rente, dividend, huur en waardeontwikkelingen zelf bij elkaar zoeken, bijvoorbeeld uit de jaaroverzichten van je bank of broker.

Welk jaar, welke route

Voor 2025 is er geen apart formulier meer. Je geeft het werkelijke rendement door in je aangifte inkomstenbelasting 2025. Is je vermogen hoger dan het heffingsvrije vermogen, dan vraagt de Belastingdienst in de aangifte automatisch of je ook het werkelijke rendement wilt doorgeven.

Voor 2024 of eerder gebruik je het formulier Opgaaf werkelijk rendement, voor ieder jaar een apart formulier. Voor de jaren 2020 tot en met 2024 staat dat formulier in Mijn Belastingdienst, voor 2017 tot en met 2019 staat het op de website van de Belastingdienst.

Voor 2021 en later hoef je geen bezwaar te hebben gemaakt. Je krijgt vanzelf een brief van de Belastingdienst als je werkelijk rendement mag doorgeven. Voor 2017 tot en met 2020 ligt dat anders. Heb je toen geen of niet op tijd bezwaar gemaakt, dan mag je het formulier niet invullen. Dat heeft de Hoge Raad besloten in de procedure Massaal bezwaar plus. Wie voor die jaren wel in aanmerking komt, heeft daarover een brief van de Belastingdienst gekregen.

Na de brief waarin staat dat je werkelijk rendement mag doorgeven, volgt de definitieve aanslag binnen 24 weken. Heeft een belastingconsulent je aangifte gedaan, dan kan dat 40 weken duren.

Wat telt mee als werkelijk rendement

Werkelijk rendement bestaat uit de werkelijke inkomsten over je bezittingen en schulden en de waardeontwikkelingen, ook als je die niet hebt verzilverd. Denk hierbij aan ontvangen rente min verschuldigde rente, ontvangen dividend, huur- en pachtopbrengsten uit onroerende zaken en de jaarlijkse positieve of negatieve waardeontwikkeling van bezittingen en schulden. Eigen gebruik van onroerende zaken wordt voor de jaren 2017 tot en met 2025 op 0 euro gezet. Waardestijging van een onroerende zaak door een investering, zoals een verbouwing of uitbreiding van een vakantiewoning, telt niet mee als werkelijk rendement.

Twee beperkingen zijn goed om vooraf te kennen. Ten eerste telt het heffingsvrije vermogen niet mee, de Belastingdienst kijkt naar het werkelijke rendement over je totale vermogen. Ten tweede kun je bij dit aanvullende herstel geen kosten verrekenen. Transactie- en advieskosten bij aankoop en verkoop van beleggingen, kosten voor een bankrekening en onderhoudskosten voor onroerende zaken blijven buiten de berekening. Verliezen kun je bovendien niet met andere kalenderjaren verrekenen.

Een rekenvoorbeeld met teruggaaf

De Rijksoverheid geeft een voorbeeld dat laat zien wanneer de regeling geld oplevert. Melanie heeft in 2023 200.000 euro spaargeld en 200.000 euro aan aandelen. Haar box 3 inkomen op basis van het forfaitaire rendement is 12.159 euro, en daarover betaalt ze 32 procent belasting, dus 3.890 euro. In werkelijkheid ontving ze dat jaar 2.000 euro rente en 2.000 euro dividend, en haar aandelen stegen 3.000 euro in waarde. Haar werkelijke rendement is dus 7.000 euro. De belasting daarover komt uit op 2.240 euro. Melanie heeft 1.650 euro te veel betaald en krijgt dat terug.

Voorbeeld 2023: forfaitair inkomen en werkelijk rendement

Voorbeeld uit de Rijksoverheid-uitleg over de tegenbewijsregeling.

Forfaitair box 3 inkomen
€ 12.159
Werkelijk rendement
€ 7.000

Het omgekeerde kan ook. Roy heeft op 1 januari 2023 voor 200.000 euro spaargeld. Zijn forfaitaire box 3 inkomen is 1.315 euro, waarover hij 420 euro belasting betaalt. In werkelijkheid ontving hij 2.000 euro rente, meer dan het forfait. Roy heeft dus minder belasting betaald dan bij zijn werkelijke rendement zou horen, maar hij hoeft niets bij te betalen.

Het voorbeeld van Karolina laat de kostenregel zien. Zij ontving naast 2.000 euro rente ook 12.000 euro huur, en haar verhuurde woning steeg 10.000 euro in waarde, samen 24.000 euro werkelijk rendement. De 4.000 euro onderhoudskosten die ze maakte, mag ze daar niet vanaf trekken. Omdat haar forfaitaire box 3 inkomen van 21.007 euro lager is dan die 24.000 euro, blijft haar aanslag op het forfaitaire bedrag staan.

Wanneer is de kans op teruggaaf het grootst

Heb je alleen spaargeld, dan is de kans volgens de Belastingdienst heel klein dat je geld terugkrijgt. Voor beleggers in aandelen zijn vooral de jaren interessant waarin de beurs daalde. In de tabel van de Belastingdienst was het gemiddelde rendement op aandelen negatief in 2018 (min 10,02 procent), 2020 (min 1,71 procent) en 2022 (min 7,97 procent), terwijl het fictieve rendement in die jaren op respectievelijk 5,38, 5,28 en 5,53 procent lag. Wie in zo'n jaar vooral aandelen had, kan een groot verschil zien tussen het fictieve en het werkelijke rendement.

Hoe het bij jou uitpakt, hangt af van je eigen mix van spaargeld, beleggingen en vastgoed. Met de tool box 3 vergelijken zie je hoe het fictieve rendement voor jouw vermogen uitpakt, en met belasting berekenen krijg je een beeld van je totale belastingplaatje. Wil je zien wat rendement op de lange termijn met je vermogen doet, dan kun je rekenen met samengestelde rente berekenen.

Waar je op moet letten

Het invullen is niet verplicht, ook niet als je een brief hebt gekregen. Valt je werkelijke rendement hoger uit en verstuur je het formulier toch, dan gebruikt de Belastingdienst de situatie die voor jou het gunstigst is. Je loopt met doorgeven in dit herstelspoor dus geen risico op een hogere aanslag, het kost je vooral uitzoekwerk. Voor ieder jaar geldt een apart formulier en de uitkomst kan per jaar verschillen, een teruggaaf over het ene jaar zegt niets over het volgende.

Het meeste werk zit in de administratie. De Belastingdienst heeft je gegevens niet, dus je hebt jaaroverzichten, dividendoverzichten en huurgegevens van het betreffende jaar nodig. Twijfel je of het verzamelen loont, dan helpt het om eerst grof te rekenen met de jaren waarin je verlies op je beleggingen had, en pas daarna de volledige administratie erbij te pakken. Bij een ingewikkelde situatie, bijvoorbeeld met vastgoed of schulden, kan een belastingadviseur meekijken of de moeite loont.

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.