Werk en inkomen

Hoeveel belasting betaal je over je vakantiegeld?

Vakantiegeld valt onder de tabel voor bijzondere beloningen. Lees hoe de inhouding in 2026 werkt en reken met twee voorbeelden na wat je netto overhoudt.

Krijg je vakantiegeld, dan valt het nettobedrag vaak tegen. Er gaat een flink deel loonheffing af, vaak meer dan je gewend bent van je gewone maandloon. Veel mensen denken daarom dat vakantiegeld extra zwaar wordt belast. Dat klopt niet. Je werkgever gebruikt een aparte tabel om de inhouding te berekenen, en die tabel voorkomt dat er te weinig loonheffing wordt ingehouden.

Hoe vakantiegeld werkt

Je hebt recht op vakantiegeld van minimaal 8% van je brutojaarsalaris van het afgelopen jaar. De wettelijke term is vakantiebijslag, maar de meeste mensen zeggen vakantiegeld of vakantietoeslag. Je werkgever berekent het over het loon dat je in het afgelopen jaar hebt verdiend, bijvoorbeeld van mei tot mei. Andere betalingen, zoals een winstuitkering of eindejaarsuitkering, tellen niet mee. Ben je ziek geweest, dan loopt de opbouw gewoon door. Werk je over, dan bouw je ook vakantiegeld op over die extra uren, berekend over de volle waarde van de overuren, dus ook over een eventuele overwerktoeslag.

De werkgever betaalt het vakantiegeld minstens één keer per jaar uit, en de meeste werknemers krijgen het in mei of juni. De afspraken over de uitbetaling staan in je arbeidsovereenkomst of cao. In een cao kan staan dat er geen recht is op vakantiegeld, maar dan moet je wel minstens 108% van het minimumloon ontvangen. Verdien je meer dan drie keer het minimumloon, dan kan je werkgever schriftelijk met je afspreken dat je geen of minder vakantiegeld krijgt. Op je loonstrook staat hoeveel vakantiegeld je krijgt.

Waarom de inhouding hoger uitvalt dan op je maandloon

Je werkgever bepaalt met de loonbelastingtabellen van de Belastingdienst hoeveel loonbelasting en premie volksverzekeringen hij moet inhouden. Voor je gewone maandloon gebruikt hij de tijdvaktabel, voor eenmalige betalingen zoals vakantiegeld gebruikt hij de tabel voor bijzondere beloningen. Die tabel kijkt naar je jaarloon en leidt daaruit af welk percentage er van je vakantiegeld af gaat.

Het verschil zit vooral in de arbeidskorting, een korting op de belasting voor mensen die werken. Volgens het Handboek Loonheffingen 2026 wordt de arbeidskorting alleen berekend over je tijdvakloon en niet over eenmalige beloningen zoals vakantiebijslag, gratificaties of tantiemes. Ook bouwt de arbeidskorting in 2026 af zodra je loon uit tegenwoordige dienstbetrekking boven de 45.592 euro per jaar komt. De korting is op dat punt maximaal 5.685 euro, daalt daarboven met 6,510% van het extra loon, en is bij een loon van 132.920 euro helemaal afgebouwd. Elke euro vakantiegeld bovenop je jaarloon verlaagt in dat traject dus je arbeidskorting. De tabel voor bijzondere beloningen houdt daar rekening mee, om te voorkomen dat er te weinig wordt ingehouden en je achteraf moet bijbetalen.

De tabel combineert twee percentages. Het standaardtarief volgt de belastingschijven van box 1. Voor iemand die in 2026 de AOW-leeftijd nog niet heeft, is dat 35,75% tot en met 38.883 euro, 37,56% over het deel van meer dan 38.883 tot en met 78.426 euro, en 49,50% over het deel daarboven.

Daar komt per jaarloon een verrekeningspercentage loonheffingskorting bij. Past je werkgever de loonheffingskorting toe, dan telt hij dat percentage op bij het standaardtarief. Dat verrekeningspercentage vangt de opbouw en de afbouw van de heffingskortingen op. Bij lage jaarlonen is het negatief, omdat de arbeidskorting daar nog opbouwt. Bij een jaarloon van 12.923 euro is het bijvoorbeeld min 31,01%, en dan houdt je werkgever juist minder in dan het standaardtarief. Bij hogere jaarlonen wordt het positief, want daar bouwen de kortingen af. Bij een jaarloon van 46.003 tot 59.782 euro is het 12,91%.

Twee rekenvoorbeelden

De voorbeelden hieronder laten zien hoe de tabel uitpakt. Het zijn voorbeelden, want de echte uitkomst hangt af van je loon, je leeftijd, de loonheffingskorting, je pensioenpremie en andere inhoudingen.

Voorbeeld 1. Je verdient 36.000 euro bruto per jaar en krijgt 8% vakantiegeld, dus 2.880 euro. De witte tabel bijzondere beloning van januari 2026 geeft voor een jaarloon van 34.719 tot 37.408 euro een standaardtarief van 35,75% en een verrekeningspercentage van 4,45% voor werknemers jonger dan de AOW-leeftijd. Met loonheffingskorting is de inhouding dan 40,20% van 2.880 euro, dus 1.157,76 euro. Netto houd je 1.722,24 euro over.

Voorbeeld 2. Je verdient 48.000 euro bruto per jaar en krijgt 3.840 euro vakantiegeld. Voor een jaarloon van 46.003 tot 59.782 euro geldt een standaardtarief van 37,56% en een verrekeningspercentage van 12,91%. Samen is dat 50,47%. De inhouding is dan 1.938,05 euro en netto blijft er 1.901,95 euro over.

Voorbeeld: bruto vakantiegeld en netto uitbetaling

Twee voorbeelden voor werknemers jonger dan de AOW-leeftijd met loonheffingskorting.

Bruto bij 36.000 jaarloon
€ 2.880
Netto bij 36.000 jaarloon
€ 1.722
Bruto bij 48.000 jaarloon
€ 3.840
Netto bij 48.000 jaarloon
€ 1.902

Zonder loonheffingskorting vervalt het verrekeningspercentage en geldt alleen het standaardtarief. In het eerste voorbeeld is de inhouding dan 35,75%, dus 1.029,60 euro, en houd je 1.850,40 euro netto over. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je de loonheffingskorting bij een andere werkgever laat toepassen.

Zelf narekenen

Met de tool nettoloon berekenen reken je uit wat je in jouw situatie netto overhoudt van je brutoloon. Wil je weten hoeveel inkomstenbelasting je in 2026 over je hele jaarinkomen betaalt, dan kun je dat nagaan met belasting berekenen. Daar zie je ook waar de percentages uit de tabel vandaan komen, want die volgen de schijven en heffingskortingen van 2026.

Waar je op kunt letten

De loonheffing die je werkgever inhoudt, is een voorschot op je inkomstenbelasting. Bij je belastingaangifte wordt het definitieve bedrag berekend en wordt de ingehouden loonheffing daarmee verrekend. Vakantiegeld wordt dus per saldo tegen dezelfde regels belast als de rest van je inkomen, alleen het moment van inhouden verschilt.

Houdt de tabel in jouw geval veel te veel in, dan kan de Belastingdienst op jouw verzoek een machtiging afgeven om loonbestanddelen die onder de tabel voor bijzondere beloningen vallen lager te belasten dan de tabel aangeeft. Zo'n verzoek kun je doen als de loonbelasting en premie volksverzekeringen over de bijzondere beloning ten minste 10%, met een minimum van 227 euro, meer is dan de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen die je vermoedelijk moet betalen. De machtiging geldt alleen voor het jaar dat in de machtiging staat, dus daarna heb je een nieuwe nodig.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.