Belasting

Tweede woning in box 3: wat telt mee in 2026

Een tweede woning valt in box 3. Lees welke WOZ-waarde je opgeeft in 2026, hoe het fictieve rendement werkt en wanneer werkelijk rendement telt.

Een tweede woning voelt als stenen bezit, maar in de belastingaangifte is het gewoon vermogen. Een vakantiewoning valt in box 3, net als spaargeld en aandelen. Wat geef je dan precies op, en hoe rekent de Belastingdienst daarover in 2026?

Welke waarde geef je op?

Een tweede woning is bijvoorbeeld een vakantiewoning, binnen of buiten Nederland. Die hoort bij je bezittingen in box 3, samen met onder meer bank- en spaartegoeden, aandelen, obligaties en cryptovaluta. Je geeft de waarde op 1 januari aan.

Voor een tweede woning in Nederland vermeld je de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari van het jaar voor het jaar van aangifte. Staat de woning op erfpachtgrond, dan verminder je de WOZ-waarde met de waarde van de toekomstige erfpachtcanons. De Belastingdienst rekent daarvoor met zeventien keer de jaarlijkse erfpachtcanon.

Twee situaties vallen erbuiten. Een eigen woning die je hoofdverblijf is, is geen tweede woning in box 3. En een woning die je verhuurt geef je aan bij overige onroerende zaken, ook in box 3, maar onder een andere post.

Heb je de woning geërfd en is de boedel nog niet verdeeld, dan geef je alleen jouw deel van de bezittingen aan. De Belastingdienst geeft daarbij het voorbeeld van een spaarrekening van 1.000 euro met twee erfgenamen, waarbij iedere erfgenaam 500 euro aangeeft. Wil je weten wat je over een erfenis betaalt, dan kun je dat narekenen met erfbelasting berekenen.

Zo rekent box 3 in 2026

Totdat er nieuwe wetgeving voor box 3 is, rekent de Belastingdienst met een fictief rendement. Voor de voorlopige aanslag 2026 laat de Belastingdienst met een voorbeeld zien hoe dat gaat. Banktegoeden van 150.000 euro leveren tegen 1,28 procent een fictief rendement van 1.920 euro op. Beleggingen en andere bezittingen van in totaal 275.000 euro tellen mee tegen 6,00 procent, en dat geeft 16.500 euro. Een tweede woning valt onder die tweede groep, beleggingen en andere bezittingen.

Schulden tellen niet volledig mee. Van de schuld gaat eerst een drempel af van 3.800 euro per persoon in 2026. In het voorbeeld van de Belastingdienst blijft van een schuld van 100.000 euro dan 96.200 euro over, en het rendement daarop is tegen 2,70 procent 2.598 euro. Dat bedrag gaat van het berekende rendement af.

Verder geldt in 2026 een heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon en een belastingtarief van 36 procent. In het voorbeeld van de Belastingdienst leidt dat tot 4.667 euro belasting, namelijk 36 procent over een box 3-inkomen van 12.964 euro.

Wat betekent dat voor een tweede woning?

Een vereenvoudigd rekenvoorbeeld maakt de logica zichtbaar. Stel dat een tweede woning een WOZ-waarde heeft van 200.000 euro. Box 3 rekent die woning mee bij beleggingen en andere bezittingen tegen 6,00 procent, en dat geeft een fictief rendement van 12.000 euro. Staat er voor die woning een schuld van 100.000 euro, dan blijft daarvan zonder fiscale partner na de drempel van 3.800 euro een aftrekbare schuld van 96.200 euro over. Het rendement op die schuld is tegen 2,70 procent 2.598 euro, en dat drukt het berekende rendement.

Rekenvoorbeeld tweede woning in box 3 (2026)

Vereenvoudigde stappen, geen volledige aangifteberekening.

WOZ-waarde tweede woning
€ 200.000
Fictief rendement bij 6,00 procent
€ 12.000
Aftrekbare schuld na drempel
€ 96.200
Schuldcorrectie bij 2,70 procent
€ 2.598

Dit is een uitgeklede uitleg om de stappen te laten zien, geen volledige aangifteberekening. De volledige berekening van de Belastingdienst gebruikt ook de rendementsgrondslag, het heffingsvrij vermogen en je aandeel in de rendementsgrondslag. Hoe de sommen voor jouw vermogen uitpakken, kun je zelf doorrekenen met box 3 vergelijken. Financier je een woning met een lening, dan geeft hypotheek berekenen een beeld van de maandlasten.

Werkelijk rendement en eigen gebruik

Het fictieve rendement is een aanname, geen meting. Is je werkelijk rendement lager, dan rekent de Belastingdienst daarmee als je dit doorgeeft. Werkelijk rendement betekent de echte inkomsten die je met je vermogen verdient, en daarbij telt ook de waardeverandering van je vermogen mee. Denk hierbij aan rente op spaargeld, dividend op aandelen of de waardestijging van een tweede woning.

Vanaf 2026 komt daar iets bij. Gebruik je de tweede woning zelf, dan telt de Belastingdienst een extra bedrag bij het werkelijk rendement voor dat eigen gebruik. Je mag daarvoor de jaarlijkse economische huurwaarde gebruiken. Je kunt ook kiezen voor een vast percentage van 5,06 procent van de WOZ-waarde, vermenigvuldigd met het aantal dagen dat je de woning per jaar kunt gebruiken. Voor 2026 gebruik je bij deze berekening de WOZ-waarde op 1 januari 2025.

De Belastingdienst geeft zelf een voorbeeld. Bij een WOZ-waarde van 237.000 euro is 5,06 procent daarvan 11.992 euro. Bij 243 dagen gebruik komt de bijtelling voor eigen gebruik dan uit op 7.983 euro.

Voor kosten geldt een strenge regel. Geef je werkelijk rendement op, dan mag je gemaakte kosten niet aftrekken. De Belastingdienst noemt twee uitzonderingen, namelijk bepaalde investeringen die de WOZ-waarde verhogen en rente over een schuld in box 3.

Wat verandert er nog?

Het kabinet wil op 1 januari 2028 een nieuw stelsel voor box 3 invoeren. Het voorstel wil belasting heffen over echte inkomsten uit vermogen, zoals rente, dividend, huur en pacht, en over de toegenomen waarde van bezittingen. Voor onroerend goed noemt de Rijksoverheid een vermogenswinstbelasting over de waardeontwikkeling. Verkoop je dan een tweede huis, dan betaal je belasting op het moment dat er winst of verlies wordt gemaakt.

Zover is het nog niet. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen, maar de Eerste Kamer moet het nog behandelen. Tot die tijd blijft de forfaitaire rekensom hierboven de standaard, met het werkelijk rendement als tegenbewijs voor wie aantoonbaar minder aan zijn vermogen verdient.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.