Wat verandert er met je toeslagen na een scheiding?
Ga je uit elkaar, dan veranderen je toeslagen. Lees wanneer je ex niet meer meetelt en hoe je zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget regelt.
Je gaat uit elkaar. Naast alles wat er dan op je afkomt, verandert er ook iets met je toeslagen. Zolang je ex meetelt als toeslagpartner, rekent Dienst Toeslagen met jullie gezamenlijke inkomen. De vraag is dus wanneer je ex niet meer meetelt, en wat je daarna kunt regelen voor zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag.
Eerst regelen dat je ex niet meer meetelt
Bij een scheiding moet volgens Dienst Toeslagen eerst geregeld worden dat je ex niet langer meetelt voor de toeslag. Hoe dat werkt, hangt af van jullie situatie.
Waren jullie getrouwd, dan zijn er drie stappen. Je geeft de adreswijziging door aan de gemeente, je vraagt via een advocaat echtscheiding of scheiding van tafel en bed aan bij de rechtbank, en je geeft de scheiding alvast door aan Dienst Toeslagen via de BelastingTelefoon. Je ex telt dan niet meer mee vanaf de eerste van de maand nadat de adreswijziging is ingegaan en de scheiding is aangevraagd bij de rechtbank. Dienst Toeslagen geeft zelf dit voorbeeld. Is de verandering op 15 maart, dan kun je vanaf 1 april toeslag voor jezelf krijgen. Valt de verandering precies op de eerste van de maand, dan ben je vanaf die dag geen toeslagpartner meer.
Bij een geregistreerd partnerschap werkt het vrijwel hetzelfde. Je ex telt niet meer mee vanaf de maand nadat de adreswijziging is ingegaan en de beëindiging van het partnerschap is aangevraagd.
Woonden jullie samen zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan is het eenvoudiger. Je ex telt niet meer mee vanaf de eerste dag van de maand nadat jullie niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven.
Bij huurtoeslag werkt het anders. Daar telt je ex al niet meer mee vanaf de eerste dag van de maand nadat jullie niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven.
Daarna kun je toeslagen voor jezelf aanvragen
Als je uit elkaar gaat of verhuist, verandert je financiële situatie. Dat kan betekenen dat je recht hebt op een of meer toeslagen. Er zijn er vier: zorgtoeslag, kindgebonden budget, huurtoeslag en kinderopvangtoeslag.
Wil je weten waar je op uitkomt, dan maak je een proefberekening. De vraag of je een toeslagpartner hebt, beantwoord je na de scheiding met nee. Met de toeslagen-check zie je welke toeslagen er voor jouw situatie zijn, en voor de zorgtoeslag kun je apart je zorgtoeslag berekenen.
Zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget aanvragen kan volgens Dienst Toeslagen het beste via de BelastingTelefoon. Daarvoor moeten de adreswijziging en, bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap, het scheidingsverzoek of de beëindiging wel eerst geregeld zijn. Het verwerken van een adreswijziging duurt 1 tot 5 werkdagen, dus eerder bellen heeft weinig zin. Huurtoeslag kan al zodra jullie apart wonen.
Je inkomen telt vanaf dat moment anders mee
Toeslagen worden altijd berekend over het toetsingsinkomen over een heel jaar. Waren jullie een deel van het jaar toeslagpartners, dan telt het gezamenlijke jaarinkomen alleen mee over de periode dat jullie elkaars toeslagpartner of medebewoner waren.
Dienst Toeslagen geeft dit voorbeeld. Jij verdient 18.000 euro per jaar en je partner 22.000 euro. Vanaf 1 juli zijn jullie geen toeslagpartners meer. Tot 1 juli wordt je zorgtoeslag dan berekend met een gezamenlijk inkomen van 40.000 euro per jaar. Vanaf 1 juli telt alleen je eigen inkomen van 18.000 euro mee.
Toetsingsinkomen voor de zorgtoeslag in het voorbeeld
Voorbeeld van Dienst Toeslagen. Tot 1 juli telt het gezamenlijke inkomen, daarna alleen het eigen inkomen.
Tot 1 juli, gezamenlijk inkomen
€ 40.000
Vanaf 1 juli, alleen eigen inkomen
€ 18.000
Je inkomen zelf kan door de scheiding ook veranderen. Denk hierbij aan meer of minder werken, partneralimentatie krijgen of partneralimentatie betalen. En gaat iemand die niet meer bij je woont juist meer verdienen, dan kun je vragen om die stijging van het inkomen niet mee te tellen. Dat heet de 10%-regeling.
Kinderen en co-ouderschap
Niet alles is na de eerste wijziging geregeld. Huren, kinderen die bij je ex wonen en co-ouderschap kunnen extra wijzigingen zijn.
Word je co-ouder, dan heeft dat gevolgen voor huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget. Co-ouderschap betekent dat de dagelijkse opvang en opvoeding van het kind op jaarbasis ongeveer gelijk is verdeeld. Het gaat erom dat het kind minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is.
Bij kinderopvangtoeslag kunnen beide ouders samen voor maximaal 230 uur per kind per maand kinderopvangtoeslag krijgen. De verdeling geef je bij co-ouderschap per brief door, met naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer. Dienst Toeslagen geeft meestal binnen 5 weken bericht na ontvangst van de brief.
Voor huurtoeslag kunnen beide ouders hun kinderen laten meetellen als medebewoner. Bij het kindgebonden budget krijgt de ouder die de kinderbijslag op zijn naam heeft bij de Sociale Verzekeringsbank ook het kindgebonden budget.
Waar je op moet letten
De volgorde luistert nauw. Eerst de adreswijziging en, bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap, het verzoek bij de rechtbank. Daarna pas bellen met de BelastingTelefoon voor zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget. Huurtoeslag staat daar los van, want die kan al zodra jullie apart wonen.
Verandert er later weer iets, bijvoorbeeld in je inkomen of in de verdeling van de zorg voor de kinderen, dan is dat opnieuw een wijziging voor je toeslagen. Met de toeslagen-check zie je snel of je nieuwe situatie recht geeft op een toeslag.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.