Beleggen

Spreiding en kosten bij beleggen: het kleine verschil telt

Waarom rendement niet het enige getal is bij vermogensopbouw. Zo werken horizon, spreiding en kosten samen door in je vermogen, met een rekenvoorbeeld.

Je wilt vermogen opbouwen en je kijkt naar het verwachte rendement. Het ene fonds noemt vier procent, het andere zes, dus je pakt de zes. Klinkt logisch. Alleen is dat verwachte rendement lang niet het enige getal dat over twintig jaar bepaalt wat er overblijft. Risico, spreiding, tijd en kosten maken samen de rekensom. Dit artikel legt uit waarom "goed gespreid en lage kosten" geen loze slogan is, maar een vermogensvraag die elk jaar doorwerkt.

Geen koopadvies dus, geen fonds en geen modelportefeuille. Wel de rekensom eronder, zodat je zelf begrijpt waar het verschil in zit.

Beleggen is een manier om vermogen op te bouwen, geen gok

De Autoriteit Financiële Markten beschrijft beleggen nuchter. Het is een manier voor vermogensopbouw, naast bijvoorbeeld sparen of een verzekering. Beleggen kan meer opleveren dan sparen, maar het is meestal ook risicovoller. Het rendement kan verschillen, de inleg is meestal niet gegarandeerd en het kan zijn dat je een tijdje niet bij je geld kunt. Om die redenen past beleggen beter bij een langere horizon.

De beslissing om te beleggen is altijd een persoonlijke beslissing. Je bepaalt vooraf met welk doel je belegt en hoeveel risico je kunt en wilt lopen. De AFM noemt daarbij twee dingen die geen mens graag hoort maar die er wel toe doen. Houd voldoende spaargeld aan als buffer, en beleg alleen met geld dat je voor langere tijd kunt missen. Als uitgangspunt noemt de AFM een goed gespreide portefeuille, lage kosten, zo min mogelijk transacties en het vermijden van speculatieve instrumenten.

Dat zijn vier knoppen waar je zelf aan draait. Rendement is de knop waar je het minst over te zeggen hebt.

Niets doen is ook een vermogenskeuze

Dat beleggen bij een deel van de mensen niet gebeurt terwijl het wel zou kunnen, blijkt uit onderzoek van de AFM. In 2024 belegde ongeveer een op de drie Nederlandse huishoudens niet, terwijl zij meer liquide middelen hadden dan de Nibud-referentiebuffer voorschrijft. Voor een op de tien huishoudens, ruim 800.000, geldt dat zij niet beleggen, voldoende vermogen hebben en later mogelijk geld tekortkomen. Voor de helft van die groep gaat het om minstens 30.000 euro aan financiële ruimte bovenop de Nibud-buffer.

De AFM noemt als redenen om niet te beleggen: kennis, risicoperceptie en persoonlijke voorkeuren. Belangrijk om te zeggen: niet iedereen hoeft te beleggen. Maar niets doen met geld dat je lang kunt missen, is net zo goed een keuze over je vermogen als wel beleggen dat is. Naast beleggen in box 3 kun je vermogen ook laten renderen door in te leggen in de derde pijler, of extra in te leggen in de tweede pijler via je werkgever. Wat daarbij fiscaal meespeelt, kun je narekenen bij box 3 vergelijken en pensioen berekenen.

Wat spreiding echt betekent

Spreiding is meer dan "veel verschillende posities hebben". De AFM beschrijft in haar leidraad voor advies- en vermogensbeheerdienstverlening dat concentratierisico ontstaat door een gebrek aan spreiding binnen een beleggingscategorie. Dat gaat over verschillende titels, uitgevende instellingen, sectoren en regio's. Zit alles in één sector of één land, dan ben je minder gespreid dan het aantal posities doet vermoeden.

Er spelen meer risico's. Liquiditeitsrisico ontstaat als een belegging minder gemakkelijk te verkopen is. Dat kan een probleem worden als je wilt of moet verkopen: je krijgt een slechte prijs, of je kunt niet snel weg. Bij een beleggingsfonds in illiquide instrumenten kunnen ongunstige marktomstandigheden betekenen dat je alleen kunt verkopen met een afslag op de intrinsieke waarde, of dat een fonds gesloten wordt. Verder is er tegenpartijrisico, het risico dat een tegenpartij in een transactie zijn verplichtingen niet nakomt, en valutarisico bij beleggingen die in een andere valuta dan de euro noteren, waardoor de portefeuille volatieler kan zijn.

Spreiding verlaagt niet elk risico. Wat het wel doet, is voorkomen dat je hele vermogensplan omvalt op een paar keuzes.

Kosten zijn geen voetnoot

Kosten voelen als een klein getal achter de komma. Maar ze drukken elk jaar op je vermogen, en dat stapelt op. Banken, brokers, beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders moeten je inzicht geven in alle kosten die bij je belegging komen kijken. Afhankelijk van de dienst en de aanbieder kom je verschillende soorten tegen.

De AFM onderscheidt kosten voor de dienstverlening en kosten voor de beleggingsproducten. Bij de dienstverlening gaat het bijvoorbeeld om eenmalige kosten (zoals beëindigingsvergoedingen en overstapkosten), doorlopende kosten (zoals beheer- en adviesvergoedingen), transactiekosten voor aan- en verkoop, met nevendiensten verband houdende kosten en incidentele kosten. Bij de producten zelf gaat het onder meer om structureringskosten, doorlopende kosten, transactiekosten binnen het product en incidentele kosten. Bij de doorlopende productkosten van een beleggingsfonds of tracker noemt de AFM onder meer de management fee, servicekosten, financieringskosten, swapvergoedingen, accountancykosten en juridische kosten.

De AFM zegt er meteen bij dat kosten op zichzelf niet alles zeggen. Je moet ze altijd zien in relatie tot het risico en het rendement. Een goedkoop product dat niet bij je doel past, is geen koopje. Maar bij twee vergelijkbare beleggingen is het verschil in kosten geen detail.

Het rekenvoorbeeld: waar het geld heen gaat

Stel je begint met 30.000 euro en je laat het twintig jaar staan. In dit voorbeeld reken je met vijf procent bruto rendement per jaar. Let op: die vijf procent is een voorbeeldpercentage, geen voorspelling en geen verwachting van de AFM. Het gaat om het mechanisme, niet om de belofte.

Nu twee kostenvarianten. Bij lage kosten van 0,20 procent per jaar houd je 4,80 procent netto over. Bij hoge kosten van 1,00 procent per jaar houd je 4,00 procent netto over. Dat verschil van 0,80 procent per jaar lijkt klein. Na twintig jaar ziet het er zo uit:

Voorbeeld van kosten op vermogen na 20 jaar

Start met 30.000 euro. Rekenvoorbeeld met 4,80 procent en 4,00 procent netto rendement per jaar.

Eindwaarde bij 4,80 procent netto
€ 76.517
Eindwaarde bij 4,00 procent netto
€ 65.733
Verschil door kostenvoorbeeld
€ 10.784

Bij 4,80 procent per jaar groeit de 30.000 euro naar 76.517 euro. Bij 4,00 procent per jaar wordt het 65.733 euro. Het verschil na twintig jaar is 10.784 euro, op een inleg van 30.000 euro. Dat komt alleen door 0,80 procent kosten per jaar. Hoe langer je horizon en hoe hoger je inleg, hoe zwaarder dat jaarlijkse verschil weegt.

Je kunt dit soort sommen zelf maken met samengestelde rente berekenen. Vul een startbedrag, een looptijd en twee rendementen in, en je ziet direct wat een verschil in kosten met je vermogen doet. Wat de belasting over je vermogen betekent, reken je na met belasting berekenen.

Spreiding over tijd

Spreiden gaat over waar je in belegt en over het moment waarop je inlegt. In plaats van in één keer een groot bedrag, kun je gespreid over tijd inleggen. Een voorbeeld: leg je tien jaar lang 250 euro per maand in, dan is je totale inleg 30.000 euro, nog los van eventueel rendement. Dit voorbeeld is alleen bedoeld om spreiding over tijd uit te leggen, niet om rendement te voorspellen. De AFM noemt spreiding over tijd, naast spreiding over producten, als onderdeel van bewust beleggen.

Waar je op moet letten

De getallen in dit artikel zijn voorbeelden om het mechanisme te laten zien, geen verwachting van wat de markt doet. De vijf procent, de 0,20 procent en de 1,00 procent komen niet uit een AFM-verwachting. In werkelijkheid schommelt rendement en is de inleg meestal niet gegarandeerd.

Wat wél vaststaat, is dat kosten elk jaar meelopen en dat spreiding voorkomt dat een paar keuzes je hele plan onderuithalen. Kosten kun je in relatie tot risico en rendement wegen, spreiding kun je zelf inrichten, en je horizon bepaal je vooraf. Rendement is het getal waar je het minst grip op hebt, en juist daarom niet het getal om je keuze op te bouwen.

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.