Sparen

Sparen of beleggen: hoe kies je in 2026?

Sparen of beleggen? Zo werkt de afweging in 2026, met de cijfers van AFM, De Nederlandsche Bank en de Belastingdienst en een rekenvoorbeeld over 20 jaar.

Je hebt geld op je spaarrekening staan en je vraagt je af of je daarmee iets moet. Overal lees je dat beleggen op de lange termijn meer kan opleveren, maar tegelijk voelt beleggen als een risico, want de waarde kan dalen. De keuze tussen sparen en beleggen begint niet bij de vraag wat meer oplevert, maar bij de vraag welk probleem je met het geld wilt oplossen.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) meldde in mei 2026 dat veel huishoudens kansen op meer rendement laten liggen. In 2024 belegde ongeveer 1 op de 3 Nederlandse huishoudens niet, terwijl zij meer liquide middelen hadden dan de referentiebuffer van het Nibud voorschrijft. Voor 1 op de 10 huishoudens, ruim 800.000 in totaal, geldt dat zij niet beleggen, voldoende vermogen hebben en later mogelijk geld tekortkomen. De helft van deze groep heeft minstens € 30.000 aan financiële ruimte bovenop de Nibud-buffer om te beleggen. Gebrek aan kennis is de meest genoemde reden om niet te beleggen. Veel huishoudens ervaren beleggen als te risicovol of hebben er te weinig interesse in. Volgens de AFM is verstandige vermogensopbouw een onderdeel van duurzaam financieel welzijn.

Sparen en beleggen lossen niet hetzelfde probleem op. Spaargeld is er voor geld dat beschikbaar moet blijven, zoals een buffer voor onverwachte uitgaven. Daar staat bescherming tegenover. Via de Nederlandse depositogarantie is geld op een bankrekening automatisch beschermd van 1 cent tot € 100.000. Gaat de bank failliet, dan krijg je het geld op je rekening tot dat bedrag terug. De bescherming geldt per persoon, per bank. Bij een en/of-rekening met 2 rekeninghouders is samen tot € 200.000 beschermd. Gebruikt een bank meer dan één merknaam, dan wordt het geld bij die merknamen bij elkaar opgeteld. Bij de aankoop of verkoop van een eigen woning is er aanvullende tijdelijke bescherming. Voor tijdelijk hogere deposito's geldt in bepaalde situaties maximaal € 500.000 aanvullende bescherming, tot 6 maanden na de storting.

Beleggen werkt anders. De depositogarantie geldt niet voor beleggingsproducten zoals aandelen en obligaties, en ook niet voor verzekeringen en virtuele valuta zoals bitcoins. De waarde van beleggingen kan tussentijds dalen en niemand garandeert de uitkomst. Daar staat tegenover dat beleggen vermogen op de lange termijn harder kan laten werken. Volgens de AFM is het belangrijk dat huishoudens alleen beleggen met geld dat zij op de lange termijn kunnen missen, dat zij voldoende spreiden, zowel in producten als over tijd, en dat zij zich bewust zijn van de kosten. Beleggen kan zelfstandig, met advies of via vermogensbeheer.

Wat rendement over een lange periode doet, laat een rekenvoorbeeld zien. Neem het bedrag van € 30.000 dat volgens de AFM voor de helft van de groep niet-beleggers beschikbaar is bovenop de buffer. We rekenen met de twee rendementspercentages die de Belastingdienst voor box 3 in 2026 gebruikt, voorlopig 1,28% voor banktegoeden en 6,00% voor beleggingen en andere bezittingen. Bij 1,28% per jaar groeit € 30.000 in 20 jaar naar € 38.698. Bij 6,00% per jaar groeit hetzelfde bedrag in 20 jaar naar € 96.214. Het verschil na 20 jaar is € 57.516. Dit is geen voorspelling en geen garantie. Het voorbeeld gebruikt alleen de twee percentages uit de bron van de Belastingdienst om het effect van rendement zichtbaar te maken, en echt beleggingsrendement schommelt van jaar tot jaar en kan ook negatief zijn.

€ 30.000 na 20 jaar bij twee rendementen

Rekenvoorbeeld 2026 met de box 3-percentages voor banktegoeden en beleggingen, geen voorspelling.

Sparen bij 1,28% per jaar
€ 38.698
Beleggen bij 6,00% per jaar
€ 96.214

Zelf rekenen met een ander bedrag, een andere periode of een ander percentage kan met de tool samengestelde rente berekenen. Daar zie je per jaar wat rente op rente met een bedrag doet. Wie de keuze tussen sparen en beleggen in een groter geheel wil zetten, met buffer, doelen en termijnen, kan een opzet maken met de tool financieel plan.

Bij de keuze hoort ook de belasting. In box 3 betaal je belasting over inkomen uit sparen en beleggen. Spaargeld, aandelen en een tweede woning vallen onder vermogen. Er is alleen box 3-inkomen als je meer vermogen hebt dan het heffingsvrij vermogen. In 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357 zonder fiscale partner en € 118.714 met fiscale partner, want met fiscale partner wordt het bedrag verdubbeld. Het tarief in box 3 is in 2026 36%. De Belastingdienst gaat uit van de waarde van bezittingen en schulden op 1 januari 2026 en rekent in de voorlopige aanslag 2026 met fictieve rendementspercentages, voorlopig 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor beleggingen en andere bezittingen en voorlopig 2,70% voor schulden. Met het werkelijke rendement kan de Belastingdienst in de voorlopige aanslag nog geen rekening houden, omdat dat pas na afloop van het jaar bekend is. Is het werkelijke rendement later lager dan het fictieve rendement, dan past de Belastingdienst het box 3-inkomen aan in de aangifte inkomstenbelasting 2026.

De Belastingdienst geeft voorbeelden van de berekening voor 2026. Iemand zonder fiscale partner met € 150.000 spaargeld heeft een belastbaar rendement van € 1.920 en betaalt € 417 aan box 3-belasting. Iemand zonder fiscale partner met € 150.000 spaargeld, € 75.000 aan beleggingen, een tweede woning van € 200.000 en een schuld van € 100.000 betaalt € 4.667. Beleggingen tellen in de voorlopige berekening dus zwaarder mee dan spaargeld, omdat het fictieve percentage hoger ligt. Wat een andere verdeling tussen spaargeld en beleggingen voor de heffing betekent, is te zien met de tool box 3 vergelijken.

De afweging komt daarmee neer op een paar vragen. Hoeveel geld wil je direct beschikbaar houden als buffer, en valt dat binnen de grenzen van de depositogarantie? Hoe lang kun je de rest missen, en kun je een tussentijdse daling uitzitten zonder te moeten verkopen? Spreid je voldoende, in producten en over tijd, en weet je welke kosten je betaalt? En wat betekent de verdeling tussen spaargeld en beleggingen voor je box 3-belasting in 2026? Wie deze vragen langsloopt, kiest niet automatisch voor sparen of voor beleggen, maar weet wel waarom het geld staat waar het staat.

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.