Budget

Geldzaken regelen als je gaat samenwonen

Hoe verdeel je vaste lasten, boodschappen en sparen als je gaat samenwonen? Drie manieren om kosten te verdelen, plus de gevolgen voor je toeslagen.

Je gaat samenwonen. Vanaf dat moment delen jullie een huur of hypotheek, een energierekening en de boodschappen, terwijl jullie inkomens waarschijnlijk verschillen. Hoe verdeel je die kosten op een manier die voor allebei goed voelt? En wat betekent samenwonen voor je toeslagen? Die twee vragen kun je het beste beantwoorden voordat de eerste gezamenlijke rekening binnenkomt.

Drie soorten uitgaven

Het Nibud onderscheidt drie soorten uitgaven om rekening mee te houden bij samenwonen. Vaste lasten zijn de huur of hypotheek, energie en verzekeringen. Dagelijkse uitgaven zijn boodschappen, benzine, kosten voor de auto, cadeautjes en uitgaan. Reserveringsuitgaven zijn grotere aankopen waar je geld voor opzij zet, zoals meubels, een wasmachine en een televisie.

Je hoeft volgens het Nibud niet alle kosten te verdelen als je samenwoont. De woonlasten, boodschappen en meubels zijn wel gezamenlijke kosten. Het Nibud noemt het handig om daarvoor een gezamenlijke bankrekening te openen. Jullie storten daar allebei maandelijks een bedrag op en de gezamenlijke uitgaven gaan van die rekening af. Persoonlijke uitgaven, zoals kleding of een eigen telefoonabonnement, kunnen van ieders eigen rekening blijven gaan.

Drie manieren om de kosten te verdelen

Het Nibud noemt drie manieren om de gezamenlijke kosten te verdelen. Jullie kunnen verdelen naar verhouding van het inkomen, jullie kunnen allebei hetzelfde bedrag overhouden, of jullie betalen ieder de helft.

Bij verdelen naar verhouding van inkomen betaalt de partner die meer verdient een groter deel van de gezamenlijke kosten. Bij hetzelfde bedrag overhouden draai je de berekening om. Jullie betalen samen eerst de gezamenlijke kosten en verdelen de rest zo dat jullie allebei evenveel vrij te besteden overhouden. Ieder de helft is de eenvoudigste afspraak, maar volgens het Nibud alleen aan te bevelen als de partner met het laagste inkomen genoeg overhoudt voor persoonlijke uitgaven.

Zo pakken de drie manieren uit

Stel dat partner A 3.000 euro netto per maand verdient en partner B 1.500 euro netto. Samen komen ze uit op 4.500 euro netto per maand. Hun gezamenlijke uitgaven, zoals huur, energie en boodschappen, zijn 2.400 euro per maand. Dit is een voorbeeld en geen norm. Het laat alleen zien hoe de drie verdeelmanieren uitpakken bij hetzelfde huishouden.

Bij ieder de helft betalen A en B allebei 1.200 euro. A houdt dan 1.800 euro per maand over voor persoonlijke uitgaven en eigen sparen, B houdt 300 euro over. Bij verdelen naar verhouding van inkomen betaalt A 1.600 euro en B 800 euro. Bij hetzelfde bedrag overhouden betaalt A 1.950 euro en B 450 euro, zodat allebei 1.050 euro per maand vrij te besteden overhouden.

Wie betaalt wat van 2.400 euro gezamenlijke uitgaven?

Voorbeeld met 3.000 euro (A) en 1.500 euro (B) netto per maand, geen norm.

Ieder de helft, partner A
€ 1.200
Ieder de helft, partner B
€ 1.200
Naar inkomen, partner A
€ 1.600
Naar inkomen, partner B
€ 800
Zelfde bedrag over, partner A
€ 1.950
Zelfde bedrag over, partner B
€ 450

Welke manier bij jullie past, hangt af van het verschil tussen de inkomens en van wat jullie samen een eerlijke verdeling vinden. In dit voorbeeld houdt B bij ieder de helft 300 euro per maand over. Of dat genoeg is voor persoonlijke uitgaven en eigen sparen, is precies de vraag die het Nibud bij deze manier stelt. Wil je dit voor jullie eigen situatie doorrekenen, dan kun je met jullie eigen bedragen een financieel plan maken.

Wat samenwonen met je toeslagen doet

Samenwonen kan ook iets veranderen aan je toeslagen. Sluiten jullie een samenlevingscontract, dan worden jullie toeslagpartners. Dat betekent dat het inkomen en vermogen van jullie allebei meetelt voor de toeslag en dat je de toeslag samen krijgt. Het bedrag kan daardoor hoger of lager worden, of helemaal vervallen. Je kunt maar één toeslagpartner hebben.

De ingangsdatum luistert nauw. Bij een samenlevingscontract word je toeslagpartners op de eerste dag van de maand nadat allebei de stappen zijn gezet, dus het contract is getekend en jullie wonen op hetzelfde adres. Valt de laatste stap op de eerste dag van de maand, dan is dat meteen de ingangsdatum. De Belastingdienst geeft daar een voorbeeld bij. Tekenen jullie op 1 mei 2026 een samenlevingscontract en wonen jullie vanaf 17 mei 2026 samen, dan zijn jullie toeslagpartners vanaf 1 juni 2026.

Zonder samenlevingscontract word je meestal geen toeslagpartners. Soms word je het toch, bijvoorbeeld als jullie samen een kind hebben, samen een koopwoning hebben en daar allebei wonen, of als jullie vorig jaar al toeslagpartners waren. Voor de huurtoeslag werkt het anders. Daar kan je partner medebewoner worden en dan telt dat inkomen mee voor de huurtoeslag.

Voor vermogen geldt een aparte regel. Word je na 1 januari toeslagpartners, dan telt het vermogen van je partner dit jaar nog niet mee, maar pas vanaf 1 januari van het volgende jaar. Wil je weten waar jullie samen op uitkomen, dan kun je met beide inkomens jullie toeslagen checken.

Afspraken vastleggen en jaarlijks nakijken

Het Nibud adviseert om de geldafspraken vast te leggen in een samenlevingscontract. Denk hierbij aan de manier waarop jullie de kosten verdelen en het bedrag dat beide partners als spaargeld hebben ingelegd. Zo voorkom je discussie als de situatie later verandert, bijvoorbeeld als een van jullie meer of minder gaat werken.

Verder adviseert het Nibud om jaarlijks de inkomsten en uitgaven naast elkaar te leggen en te kijken of de inkomsten, uitgaven en toeslagen zijn veranderd. Een verdeling die aan het begin van het samenwonen klopte, kan na een paar jaar scheef zijn gegroeid. Dat jaarlijkse moment is meteen een goede gelegenheid om de verdeelafspraak opnieuw naast de inkomens te leggen.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.