Hoeveel houd je netto over van een salarisverhoging?
Een verhoging van 250 euro bruto per maand levert in ons rekenvoorbeeld voor 2026 netto 123,83 euro op. Zo reken je zelf na waar de rest blijft.
Je krijgt 250 euro bruto per maand erbij, of je gaat binnenkort het gesprek over een verhoging in. De vraag waar het dan echt om draait is wat daarvan op je rekening komt. Dat is minder dan je op basis van het belastingtarief zou verwachten, want naast de belasting over het extra loon dalen ook je heffingskortingen. We rekenen in dit artikel een voorbeeld voor 2026 helemaal uit, zodat je ziet waar het verschil vandaan komt en hoe je het voor je eigen situatie narekent.
Het gaat om meer dan het belastingtarief
Over extra loon betaal je belasting in box 1. Voor iemand die in 2026 nog niet de AOW-leeftijd heeft, gelden deze tarieven: tot en met 38.883 euro is het tarief 35,75 procent, van meer dan 38.883 euro tot en met 78.426 euro is het 37,56 procent, en boven 78.426 euro is het 49,50 procent.
Daarmee ben je er nog niet. Als werkende heb je recht op twee heffingskortingen, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Die kortingen verlagen je belasting, maar ze worden kleiner als je inkomen stijgt.
De algemene heffingskorting is in 2026 tot een verzamelinkomen van 29.736 euro 3.115 euro. Daarboven daalt de korting met 6,398 procent van het inkomen boven 29.736 euro. Vanaf 78.426 euro is de korting 0 euro.
De arbeidskorting is in 2026 maximaal 5.685 euro. Vanaf een arbeidsinkomen van 45.592 euro daalt de korting met 6,510 procent van het inkomen boven die grens. Vanaf 132.920 euro is de arbeidskorting 0 euro.
Die afbouw werkt in de praktijk als extra belasting op je loonsverhoging. Je betaalt het tarief van je schijf, en daarbovenop lever je een stukje van beide kortingen in.
Rekenvoorbeeld: 250 euro bruto per maand erbij
Stel, je verdient 50.000 euro bruto per jaar en je krijgt er 250 euro bruto per maand bij. Op jaarbasis is dat 3.000 euro extra. Dit inkomen valt in de tweede schijf van box 1, dus over de extra 3.000 euro betaal je 37,56 procent belasting. Dat is 1.126,80 euro.
Ook dalen je kortingen. De algemene heffingskorting daalt in dit inkomensgebied met 6,398 procent van 3.000 euro, dat is 191,94 euro. De arbeidskorting daalt met 6,510 procent van 3.000 euro, dat is 195,30 euro.
Bij elkaar kost de verhoging je 1.126,80 euro plus 191,94 euro plus 195,30 euro, samen 1.514,04 euro. Netto blijft er van de 3.000 euro dus 1.485,96 euro per jaar over. Per maand is dat 123,83 euro.
Voorbeeld: 250 euro bruto per maand erbij
Ruwe berekening bij 50.000 euro bruto jaarloon in 2026, zonder toeslagen of aftrekposten.
Bruto verhoging
3.000
Belasting box 1
1.127
Lagere heffingskortingen
387
Netto over
1.486
Van elke euro verhoging gaat in dit voorbeeld 50,468 procent naar belasting en lagere kortingen. Dat is iets meer dan de helft, terwijl het tarief van de schijf 37,56 procent is. Het verschil zit volledig in de afbouw van de twee heffingskortingen.
Let op, dit is een ruwe berekening. Pensioenpremie, aftrekposten, andere inhoudingen, je arbeidsduur, toeslagen en het inkomen van je partner kunnen de uitkomst veranderen. Het voorbeeld laat vooral zien waarom er van een bruto verhoging minder overblijft dan het schijventarief doet vermoeden.
Je loonstrook is een voorschot
Je werkgever houdt elke maand loonheffing in. Dat is een voorheffing, een voorschot op de inkomstenbelasting die je over het hele jaar betaalt. De aangifte inkomstenbelasting trekt het later glad. Wijkt de inhouding op je loonstrook af van de berekening hierboven, dan hoeft er dus niets mis te zijn. Het kan betekenen dat je bij de aangifte moet bijbetalen of juist geld terugkrijgt.
Zo reken je het zelf na
Met de tool nettoloon berekenen reken je uit wat je oude en je nieuwe brutoloon netto opleveren. Het verschil tussen die twee is het echte effect van je verhoging. Wil je zien hoeveel belasting je in totaal betaalt, dan kan dat met belasting berekenen.
De Belastingdienst heeft ook een eigen hulpmiddel dat laat zien wat een verandering van inkomen in 2026 betekent voor de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Dat hulpmiddel houdt geen rekening met de gevolgen voor toeslagen, en het werkt niet voor wie in 2026 de AOW-leeftijd bereikt.
Meer verdienen kan je toeslagen raken
Krijg je toeslagen, dan telt daarvoor je toetsingsinkomen, het jaarinkomen waarmee de toeslag wordt berekend. Gaat je inkomen omhoog, dan raak je niet meteen alle toeslag kwijt, maar je kunt wel minder krijgen.
Voor de zorgtoeslag geldt in 2026 een inkomensgrens van 40.857 euro. Heb je een toeslagpartner, dan mag het gezamenlijke inkomen niet meer dan 51.142 euro zijn. De kinderopvangtoeslag raak je nooit helemaal kwijt, zelfs niet bij een hoog inkomen.
Dienst Toeslagen adviseert om een zo goed mogelijke schatting van je jaarinkomen door te geven zolang het jaar nog loopt. Een hoger inkomen doorgeven verlaagt het risico dat je achteraf toeslag moet terugbetalen. Met de toeslagen-check zie je snel welke toeslagen bij een inkomen horen.
Doorgeven aan de Belastingdienst en Dienst Toeslagen
Heb je een voorlopige aanslag of een toeslag, dan moet je een inkomensverandering doorgeven. Na een wijziging van de voorlopige aanslag krijg je binnen 4 weken bericht. Een toeslag pas je aan via Mijn toeslagen of de app Toeslagen. Heb je allebei, dan geef je het nieuwe inkomen 2 keer door, één keer voor de aanslag en één keer voor de toeslag.
Dit kun je controleren bij een verhoging
Wil je weten wat een verhoging jou oplevert, dan zijn dit de posten om na te lopen:
Je bruto jaarloon en de bruto verhoging op jaarbasis.
De belastingschijf waar het extra loon in valt.
De afbouw van de algemene heffingskorting bij jouw inkomen.
De afbouw van de arbeidskorting bij jouw inkomen.
Je toeslagen, met je nieuwe toetsingsinkomen.
Je voorlopige aanslag, als je die hebt.
Wie het breder wil bekijken, kan met financieel plan doorrekenen wat het nieuwe inkomen betekent voor sparen en vaste lasten. Zo weet je voor het gesprek met je werkgever al wat een bedrag bruto per maand jou netto per jaar oplevert.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.