Wat gebeurt er met je pensioen als je van baan wisselt?
Bij een baanwissel verdwijnt je pensioen niet. Hoe waardeoverdracht werkt, wat de regels voor kleine pensioenen in 2026 zijn en hoe je overzicht houdt.
Je tekent bij een nieuwe werkgever en ergens onderweg komt de vraag op wat er gebeurt met het pensioen dat je bij je oude baan hebt opgebouwd. Blijft dat potje staan? Kan het mee naar de nieuwe uitvoerder? En wat als er maar een klein bedrag in zit? Het goede nieuws is dat je opgebouwde pensioen van jou blijft. De keuzes daarna zijn wel het uitzoeken waard.
Waar je pensioenpotje zit
Pensioen in Nederland bestaat uit drie pijlers. De eerste pijler is de AOW. Die dateert uit 1957 en de AOW-leeftijd is inmiddels verhoogd naar 67 jaar. De tweede pijler is het pensioen dat werknemers verplicht opbouwen via hun werkgever. De derde pijler bestaat uit vrijwillige individuele inkomensvoorzieningen. De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de pensioenuitvoerders in de tweede pijler.
Bij een baanwissel gaat het om die tweede pijler. Wat je daar hebt opgebouwd, blijft staan bij je oude pensioenuitvoerder, ook als je vertrekt. Blijf je binnen dezelfde bedrijfstak werken en is deelname aan een pensioenregeling daar verplicht, dan loopt je pensioenopbouw gewoon door bij hetzelfde pensioenfonds. In dat geval verandert er dus weinig.
Waardeoverdracht, je potje meenemen
Wissel je naar een werkgever met een andere pensioenuitvoerder, dan kun je meestal de waarde van je pensioen laten overdragen aan de pensioenuitvoerder van je nieuwe werkgever. Dit heet waardeoverdracht. Het voordeel is dat je al je pensioen bij elkaar hebt.
Waardeoverdracht kan alleen als het oude en het nieuwe pensioenfonds allebei een dekkingsgraad van minimaal 100 procent hebben. Wordt je verzoek afgewezen omdat de dekkingsgraad te laag is, dan krijg je automatisch bericht wanneer de dekkingsgraad weer boven de grens van 100 procent ligt.
Samenvoegen geeft overzicht, maar het is niet automatisch gunstig. De oude en de nieuwe regeling kunnen van elkaar verschillen. Denk hierbij aan de indexatie, het risico en de voorwaarden van beide regelingen. Het aantal potjes zegt daarom minder dan wat er in de regelingen staat. De informatie van beide uitvoerders naast elkaar leggen geeft een beter beeld dan alleen potjes tellen.
Kleine pensioenen hebben eigen regels
Kleine pensioenen zijn pensioenuitkeringen tussen 2 euro en 632,63 euro bruto per jaar in 2026. Daarvoor gelden aparte regels.
Pensioenuitvoerders kunnen kleine pensioenen overdragen aan de huidige pensioenuitvoerder van een werknemer. Die automatische waardeoverdracht kan zonder toestemming van de deelnemer, al moet je er wel over worden geïnformeerd. Heel kleine bedragen, tot maximaal 2 euro bruto per jaar, hoeven niet te worden uitbetaald en vervallen.
Op de pensioendatum kan een klein pensioen in 1 keer worden uitbetaald, als het pensioenbedrag minder is dan 632,63 euro per jaar in 2026 en jij daarmee instemt. Voor kleine pensioenen die na 1 januari 2018 zijn ontstaan geldt bovendien dat afkoop voor de pensioendatum pas kan als het tot 5 keer niet lukt om het pensioenbedrag over te dragen en jij met de afkoop instemt.
Bij afkoop speelt ook de belasting mee. Er is geen revisierente verschuldigd over de afkoopsom van een klein pensioen als het pensioen in 2026 niet meer is dan 632,63 euro per jaar en de afkoopsom wordt uitgekeerd op grond van de Pensioenwet. Die grens verschuift per jaar. In 2025 was het 613,52 euro en in 2024 was het 592,51 euro. De regeling geldt per pensioenmaatschappij. De regels voor afkoop van een klein pensioen zijn vanaf 1 januari 2019 veranderd.
Een voorbeeld met drie potjes
Stel dat iemand na 3 banen pensioen heeft staan bij 3 uitvoerders. Twee potjes zijn flink, het derde is een klein pensioen van 500 euro bruto per jaar. Dat bedrag valt in 2026 onder de grens van 632,63 euro bruto per jaar. Voor dat derde potje kunnen de regels voor automatische waardeoverdracht of afkoop dus een rol spelen, terwijl de twee grotere potjes blijven staan of op eigen verzoek kunnen worden samengevoegd. Dit voorbeeld laat alleen de regels zien, het zegt niets over wat er netto uitkomt.
Waar ligt de grens voor een klein pensioen in 2026?
Bruto pensioenbedragen per jaar, vergeleken met de grens van 632,63 euro.
Heel klein pensioen (vervalt)
€ 2
Voorbeeldpotje
€ 500
Grens klein pensioen 2026
€ 633
Zelf rekenen en overzicht houden
Hoeveel er in je potjes zit, bepaalt wat je later te besteden hebt. Met de tool pensioen berekenen zie je wat je opbouw betekent voor je inkomen later. Wil je de baanwissel in een breder plaatje zetten, met je spaargeld en je andere doelen erbij, dan helpt een financieel plan om alles op een rij te krijgen. En wil je weten wat er van een bruto bedrag netto overblijft, dan kun je dat nagaan met belasting berekenen.
Het stelsel verandert ondertussen ook
De wet voor het nieuwe pensioenstelsel is op 1 juli 2023 ingegaan. Pensioenfondsen, vakbonden en werkgevers hebben op dit moment tot 1 januari 2027 om hun pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe wetgeving. De minister heeft aangegeven deze einddatum op te willen schuiven naar 1 januari 2028. De regeling waar jouw potje in zit kan de komende jaren dus veranderen. Wie waardeoverdracht overweegt, kan de informatie van beide uitvoerders over die overgang betrekken bij de keuze.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.