Wat betekenen brutoloon, loonheffing en loonheffingskorting op je loonstrook? Zo controleer je regel voor regel of je salaris klopt.
Je salaris wordt overgemaakt en de loonstrook die erbij hoort blijft vaak ongelezen. Toch loont het om die strook een keer rustig door te nemen, want aan de hand van je loonstrook kun je controleren of je het juiste salaris hebt gekregen, schrijft de Rijksoverheid. Dat controleren is minder werk dan het lijkt, als je eenmaal weet wat elke regel betekent.
Wanneer je een loonstrook krijgt
Veel werknemers krijgen iedere maand een loonstrook, maar dat is niet verplicht. Je krijgt in ieder geval een loonstrook bij de betaling van je eerste salaris. Ook krijg je er een als er iets verandert in het loon of in de loonheffingen. Krijg je een nieuwe strook, dan is dat dus een goed moment om even te kijken wat er is gewijzigd.
Wat er op de strook staat
De Rijksoverheid noemt de vaste onderdelen van de loonstrook. Denk hierbij aan je brutoloon en de bedragen waaruit dat brutoloon is opgebouwd, het pensioenbedrag als je pensioen opbouwt bij je werkgever, en het wettelijk minimumloon dat voor jou geldt. Verder staan je eigen naam en die van je werkgever erop, de periode waarover is betaald en het aantal gewerkte uren. Ook zie je of er een schriftelijke arbeidsovereenkomst is, of die voor onbepaalde tijd geldt en of er sprake is van een oproepovereenkomst.
Van bruto naar netto
Het verschil tussen het bedrag bovenaan en het bedrag onderaan zit in de loonheffingen. Er geldt één uniform loonbegrip. De Belastingdienst gebruikt dat loonbegrip als basis voor de loonheffingen die je werkgever aan de Belastingdienst betaalt. Daaronder vallen de loonbelasting en premie volksverzekeringen (voor onder meer de AOW en de langdurige zorg), de premies werknemersverzekeringen (voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid) en de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Hoeveel loonbelasting en premie volksverzekeringen er moet worden ingehouden, bepaalt je werkgever met de loonbelastingtabellen van de Belastingdienst.
Een versimpeld voorbeeld laat de volgorde zien. Stel dat je bruto maandloon 3.000 euro is. Eerst gaat de pensioenpremie voor de werknemer eraf, in dit voorbeeld 150 euro. Daarna volgt de loonheffing, hier 520 euro. Netto krijg je dan 2.330 euro uitbetaald, want 3.000 euro min 150 euro min 520 euro is 2.330 euro. In de praktijk hangen de bedragen af van je eigen situatie, omdat pensioenpremie, loonperiode, loonheffingskorting en andere inhoudingen per werknemer verschillen.
Voorbeeld: van bruto naar netto
Een versimpeld voorbeeld. In de praktijk hangen de bedragen af van je loonstrook.
Bruto loon
€ 3.000
Pensioenpremie
€ 150
Loonheffing
€ 520
Netto uitbetaling
€ 2.330
De regel over loonheffingskorting
Op het overzicht van je salaris, uitkering of pensioen staat of je loonheffingskorting krijgt. Meestal staat dat aan de zijkant, in een kolom met totaalbedragen, schrijft de Belastingdienst. Loonheffingskorting is een verzamelnaam voor verschillende soorten kortingen op de loonheffing. Woorden waar je op kunt letten zijn arbeidskorting en ouderenkorting.
Er geldt daarbij één harde regel. Je mag de loonheffingskorting maar op één inkomen toepassen. Heb je meer dan één inkomen, bijvoorbeeld een baan naast een pensioen of een uitkering, dan kies je op welk inkomen de korting wordt toegepast. Dat regel je met je werkgever, je pensioenfonds of je uitkeringsinstantie. Bij de Sociale Verzekeringsbank regel je het via hun website.
Hoe hoog de kortingen zijn, hangt af van je inkomen en verschilt per jaar. Voor wie in 2026 nog niet de AOW-leeftijd bereikt, is de algemene heffingskorting 3.115 euro tot en met een verzamelinkomen van 29.736 euro. Daarboven wordt de korting geleidelijk lager en vanaf een verzamelinkomen van 78.427 euro is de korting nul. De arbeidskorting loopt eerst op met je arbeidsinkomen, tot maximaal 5.685 euro, en daalt daarna weer. Vanaf een arbeidsinkomen van 132.921 euro is ook die korting nul.
Zelf narekenen
Wil je weten of het bedrag onderaan jouw strook klopt, dan kun je dat narekenen met de tool nettoloon berekenen. Je vult je brutoloon in en ziet wat daar netto van overblijft. Ben je benieuwd hoeveel belasting je over je hele jaarinkomen betaalt, dan geeft belasting berekenen daar een beeld van. Wijkt de uitkomst flink af van je loonstrook, dan kun je je werkgever vragen hoe de inhoudingen zijn opgebouwd.
Bij een nieuwe baan
Je werkgever of uitkeringsinstantie moet loonbelasting en premie volksverzekeringen inhouden op je loon of uitkering en moet daarvoor je persoonlijke gegevens registreren. Die gegevens geef je door met het formulier Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen van de Belastingdienst. Op datzelfde formulier geef je aan of de loonheffingskorting moet worden toegepast. Je levert het ingevuld en ondertekend in voor je eerste werkdag. Word je aangenomen op de dag dat je ook begint, dan lever je het in voordat je gaat werken. Krijg je een uitkering, dan moet de opgaaf binnen zijn voor de eerste betaling.
De momenten waarop het echt loont om de nieuwe strook naast de oude te leggen, zijn de momenten waarop er iets verandert. Denk hierbij aan een nieuwe baan, een salarisverhoging, een tweede inkomen of de jaarwisseling, want de tabellen en de kortingen veranderen per jaar.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.