Zo passen de lokale lasten van 2026 in je maandbudget
In 2026 betaalt een meerpersoonshuishouden gemiddeld 1.140 tot 1.895 euro aan lokale lasten. Zo reken je die aanslag om naar een bedrag per maand.
Ergens in februari of maart valt de aanslag gemeentelijke belastingen op de mat, meestal samen met die van het waterschap. Het is geen maandelijkse vaste last zoals de huur of de hypotheek, en juist daardoor voelt het bedrag elk jaar weer als een verrassing. De aanslag komt wel elk jaar terug, en in 2026 is hij opnieuw hoger dan vorig jaar. De vraag is dus hoe je dit bedrag een vaste plek geeft in je maandbudget.
Lokale lasten stijgen in 2026 opnieuw
Gemeenten verwachten in 2026 samen 15,3 miljard euro aan heffingen te ontvangen, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat is 6,5 procent meer dan een jaar eerder. Vier heffingen leveren verreweg het meeste op. De onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de parkeergelden zijn samen goed voor 13,0 miljard euro, oftewel 84,7 procent van de totale begrote heffingsopbrengsten.
Binnen die vier stijgen de parkeergelden het sterkst, met 8,8 procent. De onroerendezaakbelasting volgt met 6,3 procent en komt in 2026 uit op een begrote opbrengst van 6,3 miljard euro. De afvalstoffenheffing stijgt met 5,1 procent tot 2,8 miljard euro en de rioolheffing stijgt met 5,3 procent. Ook buiten deze vier gaan de tarieven omhoog. De secretarieleges stijgen met 15,7 procent tot 427,0 miljoen euro en de toeristenbelasting stijgt met 9,0 procent naar 654,0 miljoen euro.
Welke belastingen je precies betaalt en hoe hoog ze zijn, verschilt per gemeente. De gemeenteraad stelt de hoogte jaarlijks vast, zo legt de Rijksoverheid uit. Veelvoorkomende gemeentelijke belastingen zijn de afvalstoffenheffing, de onroerendezaakbelasting, parkeerbelasting, hondenbelasting, rioolheffing en leges.
Huurders en kopers zien andere posten
COELO, dat de decentrale lasten jaarlijks in kaart brengt, rekent voor wat een gemiddeld huishouden betaalt. Een meerpersoonshuishouden in een huurwoning betaalt in 2026 gemiddeld 1.140 euro aan decentrale lasten. Dat is 4,2 procent, oftewel 45,65 euro, meer dan vorig jaar. Van dat bedrag gaat 44 procent naar de gemeente (500 euro), 34 procent naar het waterschap (388 euro) en 22 procent naar de provincie (252 euro).
Een meerpersoonshuishouden met een koopwoning betaalt gemiddeld 1.895 euro. Dat is 4,8 procent, oftewel 87 euro, meer dan vorig jaar. Daarvan gaat 58 procent naar de gemeente (1.095 euro), 29 procent naar het waterschap (548 euro) en 13 procent naar de provincie (252 euro).
Lokale lasten in 2026 volgens COELO
Gemiddelde decentrale lasten per jaar voor een meerpersoonshuishouden.
Huurder, gemeente
€ 500
Huurder, waterschap
€ 388
Huurder, provincie
€ 252
Koper, gemeente
€ 1.095
Koper, waterschap
€ 548
Koper, provincie
€ 252
Het verschil zit vooral in het deel dat naar de gemeente gaat. Een eigenaar betaalt onroerendezaakbelasting over de WOZ-waarde van de woning, een huurder niet. Aan de provincie betalen beide groepen gemiddeld hetzelfde bedrag van 252 euro.
Van jaarbedrag naar maandbedrag
Een jaarbedrag dat in één keer binnenkomt, is lastig te vergelijken met de rest van je vaste lasten. Omgerekend naar een bedrag per maand gaat dat beter. De gemiddelde 1.140 euro van een huurder met een meerpersoonshuishouden komt neer op 95 euro per maand. De 1.895 euro van een koper is afgerond 158 euro per maand. Het verschil tussen koper en huurder is dan 755 euro per jaar, afgerond 63 euro per maand.
Deze bedragen zijn voorbeelden op basis van de COELO-gemiddelden. Je eigen aanslag kan daar flink van afwijken, afhankelijk van je gemeente, de WOZ-waarde van je woning en de samenstelling van je huishouden. Een manier om de jaarlijkse klap te dempen is elke maand een twaalfde van het verwachte jaarbedrag apart te zetten, zodat het geld klaarstaat wanneer de aanslag komt.
Zelf narekenen
Sta je voor de keuze tussen huren en kopen, dan tellen de lokale lasten mee in de vergelijking. Met huis kosten vergelijken zet je de maandlasten van een koopwoning en een huurwoning naast elkaar. Wil je weten hoeveel ruimte je netto inkomen laat voor dit soort lasten, dan geeft belasting berekenen een beeld van wat er van je bruto salaris overblijft. Meer rekenhulpen staan bij de financiële tools.
De WOZ-waarde werkt op meer plekken door
De WOZ-waarde van je woning bepaalt meer dan alleen de onroerendezaakbelasting. Gemeenten gebruiken de WOZ-waarde voor de onroerendezaakbelasting en soms voor de rioolheffing. De Belastingdienst gebruikt dezelfde waarde voor onder andere het eigenwoningforfait, de schenkbelasting en de erfbelasting. Waterschappen gebruiken de WOZ-waarde voor de watersysteemheffing. Een hogere WOZ-waarde werkt dus op verschillende plekken in je lasten door.
Kwijtschelding bij een laag inkomen
Wie een inkomen op of onder bijstandsniveau heeft en onvoldoende eigen vermogen, kan in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Kwijtschelding is ook mogelijk voor provinciale belastingen en waterschapsbelastingen. Gemeenten en waterschappen kunnen bij kwijtschelding uitgaan van 100 procent van de kosten van bestaan in plaats van 90 procent. De voorwaarden verschillen per gemeente en waterschap, dus het loont om dit bij je eigen gemeente na te vragen.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.