Wat een half procent kosten je over dertig jaar kost
Beleggingskosten lijken klein, maar tikken elk jaar opnieuw aan. Een rekenvoorbeeld laat zien wat 0,5 procentpunt kosten over dertig jaar scheelt.
Twee beleggingsfondsen volgen dezelfde markt, maar het ene rekent een half procent meer kosten per jaar dan het andere. Dat verschil oogt zo klein dat veel beleggers er overheen kijken. Toch kan precies dat halve procent over dertig jaar tienduizenden euro's schelen. De reden is hetzelfde mechanisme dat beleggen aantrekkelijk maakt, namelijk rendement op rendement.
Waarom kosten harder aantikken dan ze lijken
Kosten voelen als een los bedrag dat je elk jaar betaalt. Dat is maar de helft van het verhaal. Elke euro die naar kosten gaat, kan de jaren erna niet meer meegroeien. Je mist dus het bedrag zelf, en daarbovenop het rendement dat die euro had kunnen opleveren, en het rendement daar weer over. Bij vermogensopbouw werkt rendement op rendement in je voordeel, bij kosten werkt precies hetzelfde effect tegen je. Daardoor wordt de schade elk jaar een stukje groter.
Wat een half procent scheelt over dertig jaar
Een rekenvoorbeeld maakt het zichtbaar. Stel dat een belegd vermogen van 100.000 euro dertig jaar lang 6 procent rendement per jaar maakt. Dan groeit het naar 574.349 euro. Gaat er elk jaar 0,5 procentpunt aan kosten vanaf, zodat er netto 5,5 procent overblijft, dan kom je uit op 498.395 euro. Het verschil is 75.954 euro. Dit is geen voorspelling van wat de beurs gaat doen, maar een manier om het effect van kosten zichtbaar te maken.
Voorbeeld: 0,5 procentpunt kosten over 30 jaar
Startbedrag van 100.000 euro, met 6 procent en 5,5 procent rendement per jaar.
Na 30 jaar bij 6 procent
€ 574.349
Na 30 jaar bij 5,5 procent
€ 498.395
Verschil
€ 75.954
Bij een kleiner startbedrag werkt het net zo. Met 50.000 euro staat er bij 6 procent per jaar na dertig jaar 287.175 euro, bij 5,5 procent is dat 249.198 euro. Het verschil is 37.977 euro.
Ook wie maandelijks inlegt, merkt het. Een inleg van 200 euro per maand groeit bij 6 procent per jaar in dertig jaar naar 195.851 euro. Bij 5,5 procent wordt dat 178.982 euro, een verschil van 16.869 euro. Met de tool voor samengestelde rente berekenen kun je dit soort sommen zelf maken met je eigen bedragen en looptijd.
Welke kosten er zijn
Kosten bij beleggen bestaan uit meer dan alleen de fondskosten. De AFM noemt in een presentatie over de Europese regels van MiFID II de volgende soorten: doorlopende kosten, eenmalige kosten, transactiekosten, kosten van nevendiensten en incidentele kosten.
Diezelfde presentatie bevat een voorbeeld dat laat zien hoe die kosten optellen. Bij een belegd vermogen van 100.000 euro betaalt de belegger in dat voorbeeld 1.250 euro aan de beleggingsonderneming, oftewel 1,25 procent. Daar komt 750 euro bij aan kosten die al in de koers van de beleggingsfondsen zijn verwerkt, oftewel 0,75 procent. Samen is dat 2.000 euro per jaar, 2 procent van het vermogen. Juist dat tweede deel zie je nooit als afschrijving op je rekening. Die kosten zitten in de koers verwerkt, en je merkt ze alleen doordat het rendement lager uitvalt.
Waar je de kosten terugvindt
Sinds 1 januari 2018 geldt de Europese PRIIPs-verordening voor veel beleggingsproducten en verzekeringsproducten met een beleggingscomponent. Aanbieders moeten een Essentiële-informatiedocument opstellen en aan een potentiële klant verstrekken voordat de aankoop tot stand komt. Dat document beschrijft de aard van het product en moet inzicht geven in risico's, kosten en beoogd rendement, zodat je producten met elkaar kunt vergelijken. Voor producten die in Nederland worden gedistribueerd moet het document in het Nederlands beschikbaar zijn. Daarbovenop eist MiFID II een weergave van alle kosten, met een verplichte illustratie van het cumulatieve effect van kosten op het rendement, en moeten die kosten tijdig aan de klant worden verstrekt.
Lage kosten zijn geen garantie
De AFM vergeleek in een onderzoek wat sparen en gespreid beleggen in een passief indexfonds opleveren voor huishoudens. Over een periode van negen jaar leverde beleggen voor huishoudens met voldoende buffers zonder kosten in 79 procent van de simulaties meer op dan sparen. Met kosten van 0,6 procent van de inleg zakt dat naar 77 procent. Omgekeerd leverde beleggen in 21 procent van de simulaties minder op dan sparen, en met kosten is dat 23 procent. Lage kosten vergroten dus de kans op een beter resultaat, maar ze geven geen garantie op een positief rendement.
Hetzelfde onderzoek laat zien dat kosten in slechte scenario's doortikken. In de slechtste 1 procent van de simulaties verloren huishoudens over negen jaar mediaan 4.900 euro zonder kosten. Met beleggingskosten van 0,6 procent van de inleg werd dat verlies 5.100 euro. En ook de gemiddelde bedragen zijn nuchter. De mediane opbrengst van beleggen in een passief indexfonds was in het onderzoek 895 euro bruto per jaar, exclusief kosten. Met kosten van 0,6 procent bleef daar 810 euro per jaar van over.
Zelf rekenen met je eigen cijfers
Hoe zwaar kosten wegen, hangt af van het bedrag, de looptijd en het rendement dat je verwacht. Met de tool voor samengestelde rente berekenen zie je wat een verschil in nettorendement over een lange periode doet. Wil je breder kijken naar sparen, beleggen en je buffer, dan zet het financieel plan die onderdelen naast elkaar.
De AFM schrijft in haar praktische checklist dat beleggen een middel kan zijn om vermogen op te bouwen, maar dat het gepaard gaat met risico. Volgens de AFM is beleggen iets voor de lange termijn en voor geld dat je niet direct nodig hebt, en biedt het aanhouden van een uitgavenbuffer bescherming. Kosten zijn binnen dat verhaal een van de weinige onderdelen die vooraf vaststaan. Het rendement van volgend jaar kent niemand, de kosten van een product staan gewoon in het informatiedocument.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.