Pensioen

Fiscaal bijsparen voor je pensioen met de jaarruimte in 2026

Met de jaarruimte trek je in 2026 de inleg voor een lijfrente af in box 1. Hoe de berekening werkt, wat de grenzen zijn en waar je op moet letten.

Wie via een werkgever pensioen opbouwt, heeft daarmee lang niet altijd genoeg geregeld voor later. Zelf bijsparen met belastingvoordeel kan, via de jaarruimte. Dat is het bedrag dat je in 2026 mag inleggen voor een lijfrente en mag aftrekken van je inkomen in box 1. Dat klinkt aantrekkelijk, maar het is geen gratis geld. Het is vooral uitstel en verschuiving van belasting, binnen de regels die voor pensioen gelden.

Zo werkt de jaarruimte

Alleen als je in een jaar een pensioentekort hebt, mag je uitgaven voor een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht aftrekken. Dat mag tot het bedrag van je jaarruimte. Zo omschrijft de Belastingdienst de regeling. De jaarruimte 2026 hangt af van je situatie in 2025. Voor de berekening heb je de jaaropgaaf van je werk of uitkeringsinstantie nodig, en de gegevens over de groei van je pensioen op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO).

Sinds de nieuwe pensioenregels is de jaarruimte verhoogd naar 30 procent van het inkomen waarmee je spaart voor je pensioen. Dat geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023, en de voorwaarde blijft dat je een pensioentekort hebt.

Voor 2026 gelden deze cijfers van de Belastingdienst:

  • De maximale jaarruimte in 2026 is 35.589 euro.
  • De maximale premiegrondslag is 118.628 euro, met een in te bouwen AOW-franchise van 19.172 euro en een aftoppingsgrens voor box 1-lijfrenten van 137.800 euro.
  • De pensioenaangroei (factor A) telt in de berekening mee met vermenigvuldigingsfactor 6,27.
  • Inleggen mag tot 5 jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd. Die staat in 2026 op 67 jaar.
  • Wie geboren is vóór 1 september 1953 kan geen gebruikmaken van de jaarruimte 2026, maar mogelijk wel van de reserveringsruimte 2026.

Oude jaren inhalen met de reserveringsruimte

Niet gebruikte jaarruimte uit vorige jaren heet reserveringsruimte. Die kun je nog in de 10 jaar erna gebruiken, waar dat eerder 7 jaar was. In de reserveringsruimte 2026 kun je gebruikmaken van niet eerder gebruikte jaarruimtes uit 2016 tot en met 2025, tot een maximum van 42.753 euro. Daar zit wel een houdbaarheidsdatum aan, want in 2027 vervalt eventuele niet-gebruikte jaarruimte uit 2016.

Een rekenvoorbeeld

De Belastingdienst geeft zelf een voorbeeld dat laat zien hoe de grens werkt. Stel dat je jaarruimte 1.600 euro is. Je betaalt in 2026 aan premies voor een lijfrenteverzekering 1.500 euro en stort ook 500 euro op een lijfrenterekening. In totaal heb je dan 2.000 euro betaald voor lijfrenten. Je mag maximaal 1.600 euro aftrekken in box 1, en de overige 400 euro is niet aftrekbaar. Het maximale aftrekbedrag geldt voor al je lijfrenteproducten samen. Premies en stortingen zijn bovendien alleen aftrekbaar in het jaar waarin ze zijn betaald.

Inleg en aftrek bij een jaarruimte van 1.600 euro in 2026

Rekenvoorbeeld van de Belastingdienst, geen persoonlijk advies.

Totaal betaald
€ 2.000
Aftrekbaar in box 1
€ 1.600
Niet aftrekbaar
€ 400

Het voorbeeld laat meteen de valkuil zien. De 400 euro boven de jaarruimte levert geen aftrek op, terwijl dat geld wel vaststaat in een lijfrente. Eerst de eigen ruimte berekenen en daarna pas inleggen voorkomt dat soort verrassingen.

Waarom dit veel huishoudens raakt

De AFM meldde in mei 2026 dat ongeveer 800.000 Nederlandse huishoudens voldoende financiële middelen hebben om te beleggen, maar dit niet doen, terwijl zij op de lange termijn mogelijk geld tekortkomen. In 2024 belegde ongeveer één op de drie Nederlandse huishoudens niet, ondanks meer liquide middelen dan de referentiebuffer van het Nibud. Voor de helft van de huishoudens die niet beleggen, voldoende vermogen hebben en later mogelijk tekortkomen, geldt dat zij minstens 30.000 euro aan financiële ruimte bovenop die buffer hebben.

De AFM noemt daarbij naast beleggen in box 3 ook het inleggen in de derde pijler, zoals een lijfrenteproduct, of extra inleggen in de tweede pijler via de werkgever. De toezichthouder benadrukt wel dat huishoudens alleen zouden moeten beleggen met geld dat zij op de lange termijn kunnen missen, dat voldoende spreiden belangrijk is en dat zij zich bewust moeten zijn van de kosten. Voor wie de lijfrenteroute kiest, komt de jaarruimte daar als fiscale grens bovenop.

Zelf narekenen

Hoeveel jaarruimte jij hebt, hangt af van je inkomen en pensioenaangroei in 2025. Met de tool voor jaarruimte berekenen reken je dat na met de cijfers voor 2026. Wil je eerst weten of er een gat zit tussen je verwachte pensioen en je gewenste inkomen voor later, dan geeft pensioen berekenen daar een beeld van. En wie benieuwd is wat jaren achtereen bijsparen met het vermogen doet, kan de groei bekijken met samengestelde rente berekenen.

Waar je op moet letten

Een lijfrente is geblokkeerd vermogen. Het geld staat vast voor je pensioen, en de voorwaarden van het product bepalen wanneer en hoe het vrijkomt. Dat is wezenlijk anders dan een gewone spaarrekening of beleggingsrekening waar je altijd bij kunt. De aftrek in box 1 is bovendien geen kwijtschelding, want over de latere uitkeringen betaal je alsnog belasting. De regeling past daarmee vooral bij geld dat je bewust voor je pensioen wegzet, en niet bij geld dat je misschien eerder nodig hebt.

Verder telt de timing. Premies en stortingen zijn alleen aftrekbaar in het jaar waarin ze zijn betaald, en de jaarruimte 2026 wordt berekend met de financiële gegevens van 2025. Wie nog oude jaarruimte uit 2016 heeft staan, weet dat die in 2027 vervalt.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.