Wat koop je eigenlijk met een indexfonds of ETF? Zo werken spreiding, kosten, replicatie en tracking error, met een rekenvoorbeeld van 250 euro per maand.
Je zet elke maand wat geld opzij en je wilt daar meer mee doen dan het op een spaarrekening laten staan. Bijna elk stuk over beleggen voor beginners komt dan uit bij hetzelfde advies, een indexfonds of een ETF. Maar wat koop je nou eigenlijk als je zo'n fonds aanklikt bij je bank of broker? Dat is beter te begrijpen dan het jargon doet vermoeden.
Een mandje beleggingen in één keer
De kern is simpel. Een indexfonds of ETF (exchange traded fund, ook wel indextracker genoemd) probeert een index te volgen. Een index is een lijst van beleggingen, denk hierbij aan de AEX, die de Consumentenbond noemt als bekende Nederlandse index. Het fonds koopt de beleggingen uit die lijst, en jij koopt een stukje van dat fonds. Volgens de AFM koop je met een indextracker als het ware een gespreide belegging.
Je kiest dus niet zelf individuele bedrijven uit, je kiest voor een of meer indexen. De Consumentenbond omschrijft indexbeleggen als beleggen met brede spreiding tegen lage kosten. Indexfondsen kopiëren een bepaalde index, en je rendement ligt dan in de buurt van de ontwikkeling van die index. Stijgt de index, dan stijgt je fonds ongeveer evenveel mee. Daalt de index, dan daalt je fonds ook.
Het verschil tussen een indexfonds en een ETF
Allebei volgen ze een index, het verschil zit in hoe je ze koopt. Een ETF is beursgenoteerd en wordt intraday verhandeld. Intraday betekent dat je een ETF, net als een aandeel, de hele beursdag door kunt kopen en verkopen, en niet één keer per dag zoals bij actief beheerde beleggingsfondsen. Een indexfonds zonder beursnotering koop je vaak via een fondsplatform, en daar wordt niet de hele dag door gehandeld.
Voor iemand die maandelijks inlegt en jaren blijft zitten, maakt dat verschil in de praktijk weinig uit. Het wordt pas een afweging als je vaak wilt handelen, en dat is bij indexbeleggen meestal juist niet de bedoeling.
Hoe een fonds de index volgt
De meest eenvoudige ETF's volgen de onderliggende index een op een, schrijft de AFM. Dat volgen kan op drie manieren.
Volledige replicatie. De ETF bevat alle effecten uit de onderliggende index.
Sampling. De ETF bevat een selectie en heeft dan niet exact dezelfde aandelen als de benchmark.
Synthetische replicatie. De ETF volgt de index via een of meer swaps (ruilcontracten met een andere partij) en bezit de onderliggende aandelen dus niet allemaal zelf.
Hoe goed het volgen lukt, zie je aan de tracking error. Die drukt uit in hoeverre een indextracker erin slaagt om de onderliggende index te volgen. Is de tracking error 0, dan is de afwijking ten opzichte van de index 0 procent. Is de tracking error 1 procent, dan wijkt de indextracker in absolute zin 1 procent af van de index.
Passief betekent niet zonder risico
Spreiding kan zorgen voor vermindering van het specifieke risico, schrijft de AFM. Gaat één bedrijf uit de index failliet, dan raakt dat maar een klein deel van je geld. Het marktrisico verdwijnt daarmee niet. Daalt de hele markt, dan daalt je fonds gewoon mee, hoe breed het ook gespreid is.
Ook bestaat er ondanks spreiding een kans op concentratierisico. Een index kan zwaar leunen op een paar grote bedrijven of op één sector, en dan leunt jouw fonds daar net zo zwaar op. De AFM zag in haar onderzoek naar indextrackers bovendien een sterke groei in het aanbod van ETF's op de Nederlandse markt, met een sterke neiging naar nieuwe soorten die ingewikkelder en risicovoller zijn. De naam ETF zegt dus op zichzelf niets over hoeveel risico je loopt.
Waarom de kosten zo zwaar wegen
De AFM noemt als voordelen van passief beleggen onder meer het relatief lage kostenniveau en de hoge mate van transparantie over de samenstelling van de portefeuille. Actief beheerde fondsen brengen ten opzichte van passieve beleggingen extra kosten in rekening voor het actieve beheer. Die extra kosten moet de fondsmanager eerst terugverdienen voordat jij er iets van terugziet.
Dat blijkt lastig. Op basis van een literatuurstudie concludeert de AFM dat het voor een actief fonds zeer moeilijk is om op middellange en lange termijn, na aftrek van kosten, persistent betere rendementen te behalen dan de benchmark (de index waarmee het fonds zich vergelijkt). Vooraf de vaardige fondsmanager selecteren die dat wel gaat lukken, is volgens de AFM in de praktijk bijzonder moeilijk.
Ook een passief fonds blijft gemiddeld iets achter bij de index zelf, onder andere door kosten en de manier waarop dividenden worden verwerkt. Het rendement ligt er wel relatief dicht bij. En helemaal scherp is het onderscheid tussen actief en passief volgens de AFM niet. Er bestaan actief beheerde ETF's, en er bestaan actieve beleggingsfondsen die feitelijk dicht bij de index blijven maar wel hoge kosten rekenen.
Rekenvoorbeeld: 250 euro per maand, 20 jaar lang
Stel, je legt elke maand 250 euro in. Je eigen inleg over 20 jaar is dan 250 euro maal 12 maanden maal 20 jaar, dus 60.000 euro. Reken je voor het voorbeeld met 5 procent rendement per jaar, dan kom je afgerond uit op 102.758 euro. Het verschil met je eigen inleg is 42.758 euro. Dat verschil ontstaat door samengestelde groei, je behaalt rendement over je inleg en daarna ook over het eerder behaalde rendement.
Voorbeeld: 250 euro per maand, 20 jaar
Rekenvoorbeeld met 5 procent per jaar. Geen verwachting of advies.
Eigen inleg
€ 60.000
Voorbeeldgroei
€ 42.758
Eindwaarde
€ 102.758
Dit is een rekenvoorbeeld en geen verwachting. Rendementen schommelen, er zijn ook jaren met verlies, en die 5 procent is alleen gekozen om de rekensom te laten zien. Met samengestelde rente berekenen kun je dezelfde som maken met je eigen inleg, looptijd en voorbeeldrendement.
Bouw je op deze manier vermogen op, dan krijg je ook met belasting in box 3 te maken. Met box 3 vergelijken zie je hoe vermogen in box 3 wordt behandeld. En wil je je maandelijkse inleg naast je andere geldzaken zetten, dan helpt een financieel plan om te bepalen hoeveel inleg er echt past.
Dit kun je controleren in een factsheet
Elk indexfonds en elke ETF heeft een factsheet, een kort document van de aanbieder met de kerngegevens. Voor je koopt kun je daarin dit nalopen.
Welke index het fonds volgt, en of je begrijpt wat daarin zit.
De lopende kosten per jaar.
Hoe breed de spreiding echt is, en of de index zwaar leunt op een paar bedrijven of één sector.
De replicatiemethode, volledig, via sampling of synthetisch met swaps.
Wat er met dividend gebeurt, uitkeren of herbeleggen.
De tracking error over de afgelopen jaren.
De risicoaanduiding die de aanbieder opgeeft.
De eenvoudigste ETF's volgen de onderliggende index gewoon een op een. Kom je in een factsheet termen tegen die je ook na twee keer lezen niet kunt plaatsen, dan bestaat er vrijwel altijd een eenvoudiger fonds dat dezelfde index volgt.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.