Beleggen

Waarom een hefboom je verlies net zo hard vergroot als je winst

Een hefboom laat een koersbeweging doorwerken over een grotere positie dan je inleg. Zo werkt de rekensom bij CFD's en turbo's, en daarom gelden er limieten.

Je wilt vermogen opbouwen en ziet online producten voorbijkomen met woorden als turbo, CFD, hefboom of traden. De belofte is dat je met een kleine inleg een groot resultaat kunt halen. Dat klopt, alleen werkt het twee kanten op. Dezelfde hefboom die je winst vergroot, vergroot ook je verlies, je kosten en de kans dat je positie gedwongen wordt gesloten.

Eigen geld of een grotere positie

Bij gewoon beleggen koop je iets met je eigen geld. Leg je 1.000 euro in, dan beweegt je vermogen mee met die 1.000 euro. Bij een hefboomproduct neem je met dezelfde 1.000 euro een grotere positie in. Bij een hefboom van 5:1 staat er voor 5.000 euro aan positie open. De toezichthouder noemt dat de notionele blootstelling. Je inzet lijkt 1.000 euro, maar de koersbeweging werkt door over de hele positie van 5.000 euro.

Een CFD is daarbij geen aandeel en geen crypto. Volgens de AFM speculeer je met een CFD op de koers van valuta's, aandelen, grondstoffen, een index zoals de AEX-index of crypto's, maar word je geen eigenaar van de onderliggende waarde. Je koopt dus niets dat van jou wordt, je sluit een contract af over hoe jij denkt dat de koers gaat bewegen. De AFM noemt CFD's en turbo's complexe producten die niet voor alle beleggers geschikt zijn.

De rekensom met 1.000 euro

Stel, je legt 1.000 euro in en de onderliggende waarde daalt met 2 procent.

  • Met een hefboom van 5:1 is je positie 5.000 euro. Je verlies is dan 100 euro, oftewel 10 procent van je eigen inleg.
  • Met een hefboom van 20:1 is je positie 20.000 euro. Je verlies is dan 400 euro, oftewel 40 procent van je eigen inleg.
  • Met een hefboom van 30:1 is je positie 30.000 euro. Je verlies is dan 600 euro, oftewel 60 procent van je eigen inleg.

De koers hoefde er maar 2 procent voor te dalen.

Voorbeeld: 2 procent daling met hefboom

Eigen inleg 1.000 euro. Kosten en spread blijven buiten het voorbeeld.

Hefboom 5:1
€ 100
Hefboom 20:1
€ 400
Hefboom 30:1
€ 600

Omhoog werkt het net zo. Stijgt de onderliggende waarde met 2 procent, dan is de winst voor kosten 100 euro bij een hefboom van 5:1, 400 euro bij 20:1 en 600 euro bij 30:1. Kosten, spread, financieringskosten en belasting blijven in dit voorbeeld buiten beschouwing. Een hefboom is dus geen truc, maar een vermenigvuldiger van de uitkomst, welke kant die ook op valt.

Waarom er limieten aan de hefboom zitten

Toezichthouders zien dit als risicovol voor particuliere beleggers. De AFM kan op basis van MiFID II productinterventiemaatregelen treffen en daarmee de ontwikkeling of verkoop van producten verbieden of beperken. Voor CFD's en turbo's heeft de AFM beperkingen gesteld, waaronder een maximum aan de hefboom. Aanbieders moeten bij de verkoop van CFD's aan voorwaarden voldoen die bedoeld zijn om het risico voor beleggers te verminderen.

De Europese toezichthouder ESMA hanteert voor particuliere beleggers hefboomlimieten van 30:1 tot 2:1, afhankelijk van de beweeglijkheid van de onderliggende waarde:

  • 30:1 voor belangrijke valutaparen
  • 20:1 voor niet-belangrijke valutaparen, goud en belangrijke indices
  • 10:1 voor grondstoffen anders dan goud en niet-belangrijke aandelenindices
  • 5:1 voor individuele aandelen en andere referentiewaarden
  • 2:1 voor cryptocurrencies

In het besluit over CFD's legt de AFM uit waarom. Een hogere hefboom maakt een CFD gevoeliger voor koersbewegingen van de onderliggende waarde en vergroot daarmee het risico. De blootstelling wordt groter, de kosten van een CFD nemen toe met die blootstelling, en met de kosten neemt ook de kans op verlies toe. Ook wordt de kans groter dat je initiële marge niet meer toereikend is, waardoor de aanbieder je positie sluit, met verlies. ESMA gebruikte een simulatiemodel om te bepalen hoe groot de kans is dat een belegger gedurende een passende beleggingsperiode 50 procent van zijn initiële inleg kwijtraakt, gebaseerd op dagelijkse marktprijzen over een periode van circa 10 jaar in de meeste gevallen.

De regels naast de hefboomlimiet

Verlieslatende posities moeten tijdig worden beëindigd. ESMA noemt daarvoor een regel voor margin close out op rekeningbasis. Daalt de marge tot 50 procent van de minimaal vereiste marge, dan moet de aanbieder een of meer open CFD-posities van een particuliere belegger sluiten. Er geldt negatieve saldobescherming op rekeningbasis, zodat beleggers beschermd worden tegen een restschuld. Aanbieders moeten gestandaardiseerde risicowaarschuwingen geven, inclusief het percentage beleggers dat verlies lijdt op CFD-rekeningen bij die aanbieder. En ze mogen geen bonussen of andere lokkertjes aanbieden om je over te halen in CFD's of turbo's te handelen.

De kosten tellen mee

Een hefboom vergroot de koersbeweging, en daar komen kosten bij. De AFM wijst erop dat banken, brokers, beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders beleggers inzicht moeten geven in alle kosten die bij hun belegging komen kijken. Er zijn kosten voor de dienstverlening en kosten voor de beleggingsproducten zelf. Bij hefboomproducten als turbo's en CFD's horen daar doorlopende financieringskosten bij. Hoe groter de positie die je met een hefboom inneemt, hoe zwaarder die kosten wegen. Kosten moeten altijd in relatie met het risico en het rendement van de belegging worden gezien.

Zelf narekenen

Vermogen opbouwen kan ook zonder vermenigvuldiger. Met samengestelde rente berekenen zie je wat inleg, rendement en tijd doen met een vermogen dat gewoon van jou is. Vermogen valt in box 3, en met box 3 vergelijken zie je hoe sparen en beleggen daar naast elkaar uitpakken. Voor pensioenvermogen kun je daarnaast rekenen met pensioen berekenen.

Waar je op moet letten

Een financiële onderneming uit een ander land binnen de Europese Economische Ruimte, dus de Europese Unie plus Noorwegen, Liechtenstein en IJsland, mag ook in Nederland diensten aanbieden. Daarvoor heeft de onderneming een vergunning van de toezichthouder van dat land nodig en moet zij zich registreren bij de AFM. Het gaat daarbij vaak om brokers die aanbieden om te beleggen of te traden. Bij traden gaat het volgens de AFM meestal om beleggingsproducten waarbij het risico dat iemand geld verliest heel groot is als hij niet zoveel ervaring heeft met beleggen.

Heel hoge hefbomen zijn alleen toegestaan als de onderneming expliciet heeft gevraagd en onderzocht of iemand een professionele belegger is. De limieten van 30:1 tot 2:1 gelden dus voor particuliere beleggers.

De gestandaardiseerde risicowaarschuwing die een aanbieder moet tonen, vermeldt het percentage beleggers dat bij die aanbieder verlies lijdt. Dat is geen algemene disclaimer, maar een cijfer over de echte rekeningen bij die aanbieder.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.