Beleggen

Extra aflossen of beleggen, wat doe je met geld dat over is?

Geld over en twijfel tussen extra aflossen op je hypotheek of beleggen? Zo weeg je zekerheid, rendement, risico en box 3 in 2026 tegen elkaar af.

Je hebt geld over en je hypotheek staat nog open. Los je extra af, of beleg je het bedrag? Het Nibud noemt dit de keuze tussen sparen, aflossen of beleggen, en alle drie de opties hebben voor- en nadelen. Dit artikel zet die afweging op een rij als vermogensvraag. Het is uitleg, geen persoonlijk advies, want hoe de keuze uitpakt hangt af van je eigen situatie.

Wat er tegenover elkaar staat

Extra aflossen verlaagt je hypotheekschuld direct. Een hypothecair krediet is een lening die uiteindelijk moet worden afgelost, schrijft de AFM in haar leidraad over hypotheekadvies. Elke euro die je nu aflost, hoef je later niet meer terug te betalen. Dat geeft zekerheid, want het resultaat staat vast op het moment dat je aflost.

Beleggen zet het geld aan het werk als vrij vermogen. De AFM is daar nuchter over. Beleggen kan meer opleveren dan sparen, maar ook minder, en het brengt risico met zich mee. Voor wie vermogen opbouwt om daarmee later de hypotheek af te lossen, benoemt de AFM dezelfde spanning. Beleggen geeft kans op snellere of hogere vermogensopbouw, maar ook kans op verlies van vermogen. Je ruilt dus zekerheid in voor een kans.

Er speelt nog een tweede verschil mee, en dat is hoe vast het geld zit. Een extra aflossing zit daarna in je huis. Belegd vermogen blijft beschikbaar en kun je doorgaans weer verkopen, al kan de waarde op dat moment lager zijn dan je inleg. De AFM noemt precies deze vragen in haar leidraad. Wil je tussentijds kunnen stoppen met vermogensopbouw, wil je onderweg iets kunnen wijzigen, en wil je het opgebouwde kapitaal ook voor andere doelen kunnen gebruiken?

Eerst een buffer, zegt het Nibud

Het Nibud wijst er in het Geldplan Sparen, aflossen of beleggen op dat het verstandig kan zijn om door te sparen tot je een veilige buffer hebt opgebouwd. Daarna kun je misschien aflossen op je lening of hypotheek. Heb je dan nog geld over, dan geeft het geldplan aan wanneer je kunt overwegen om dat te beleggen en hoe je dat kunt doen. Het resultaat is een overzicht van de manier waarop je het beschikbare bedrag kunt besteden.

Een voorbeeld met 10.000 euro

Stel dat iemand 10.000 euro beschikbaar heeft en twee simpele routes vergelijkt. Dit is nadrukkelijk een voorbeeld, geen verwachting van rendement.

Bij route 1, extra aflossen, daalt de hypotheekschuld direct met 10.000 euro. Er blijft 0 euro vrij belegd vermogen over.

Bij route 2, beleggen, blijft de schuld gelijk. Er staat dan 10.000 euro als vrij vermogen, en de waarde daarvan kan stijgen of dalen.

Twee routes met 10.000 euro beschikbaar

Voorbeeldkeuze, geen verwachting van rendement.

Extra aflossen, schuldverlaging
€ 10.000
Beleggen, vrij belegd vermogen
€ 10.000

De grafiek laat bewust geen verwacht beleggingsrendement zien, want wat beleggen oplevert weet niemand vooraf. Wat een lagere schuld betekent voor je maandlasten en je looptijd, kun je narekenen met de tool hypotheek berekenen. Wil je een gevoel krijgen voor wat groei op groei in het algemeen met een bedrag doet, dan kun je eigen scenario's doorrekenen met samengestelde rente berekenen. Vul daar je eigen aannames in, want een voorbeeldpercentage is geen voorspelling.

Dat aflossen en vermogensopbouw ook naast elkaar kunnen bestaan, laat een praktijkvoorbeeld uit dezelfde leidraad zien. Daarin gaat het om een gewenst hypotheekbedrag van 295.000 euro inclusief kosten. De adviseur adviseert een aflossingsvrij leningdeel van 140.000 euro en een spaarleningdeel van 155.000 euro dat in 25 jaar wordt afgelost. De AFM noemt daarbij drie mogelijkheden om vermogen op te bouwen voor het aflossen van de hypotheek, namelijk sparen, beleggen of een combinatie daarvan.

Box 3 telt mee als je belegt

Belegd vermogen valt in box 3. Voor de voorlopige aanslag 2026 rekent de Belastingdienst met fictieve rendementspercentages. Voor beleggingen en andere bezittingen is dat 6,00 procent, en dat percentage staat al vast. Voor banktegoeden geldt voorlopig 1,28 procent en voor schulden 2,70 procent. Die twee percentages stelt de Belastingdienst begin 2027 definitief vast.

Je betaalt in 2026 pas belasting in box 3 boven het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon, of 118.714 euro voor fiscale partners samen. Het tarief over het berekende box 3-inkomen is 36 procent. Voor schulden in box 3 geldt bovendien een drempel. In het voorbeeld van de Belastingdienst is die 3.800 euro per persoon.

Er is wel een verschil met je hypotheek. De schuld op je eigen woning is normaal gesproken geen box 3-schuld en werkt fiscaal anders. Extra aflossen verkleint dus vooral je schuld, terwijl beleggen je vermogen in box 3 laat groeien. Kom je met dat vermogen boven het heffingsvrij vermogen uit, dan betaal je er belasting over, ook in een jaar waarin je werkelijke rendement lager uitvalt dan het fictieve percentage. Met box 3 vergelijken zie je wat vermogen in box 3 je aan belasting kost.

Waar je verder op kunt letten

De AFM geeft iedereen die beleggen overweegt een rijtje vragen mee. Wat is het doel van de belegging, wanneer heb je het geld nodig, wat is je looptijd, hoeveel risico kan en wil je lopen, welke risico's brengt beleggen met zich mee, wat gaat beleggen kosten, en wegen de risico's en kosten op tegen het verwachte rendement? De AFM verwijst zelf ook naar het Geldplan Sparen, aflossen of beleggen van het Nibud, Vereniging Eigen Huis en de VEB.

Voor de hypotheekkant spelen nog twee punten uit de AFM-leidraad. Na maximaal 30 jaar vervalt de fiscale aftrek van hypotheekrente. En wanneer een aflossingsvorm gevolgen heeft voor de maandlasten, moet worden onderzocht of iemand die extra maandlasten wil en kan dragen. Ook de vraag op welk moment je welk deel van de hypotheek wilt aflossen, hoort volgens de AFM bij deze afweging.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.