Zo berekent DUO in 2026 je draagkracht en je maandbedrag
DUO kijkt naar je inkomen van twee jaar geleden om je maandbedrag te bepalen. Zo werkt de draagkrachtmeting in 2026 en zo reken je hem na.
Je hebt een studieschuld en elke maand schrijft DUO een bedrag af. Maar hoe komt DUO aan dat bedrag, en waarom betaalt iemand anders met een vergelijkbare schuld soms veel minder? Het antwoord zit in de draagkracht. DUO berekent eerst wat je volgens de regels zou moeten betalen, en kijkt daarna wat je op basis van je inkomen kunt betalen. Het laagste van die twee bedragen betaal je. Voor veel mensen valt het maandbedrag daardoor lager uit dan ze verwachten.
Eerst het wettelijk maandbedrag, dan de draagkracht
Hoeveel je per maand moet terugbetalen, hangt af van de hoogte van je schuld, de duur van de aflosfase en de rente. DUO berekent daarmee eerst het wettelijk maandbedrag. De looptijd is afhankelijk van je terugbetalingsregels 15 jaar of 35 jaar. De rente staat niet voor altijd vast, maar wordt vanaf de start van de aanloopfase telkens voor 5 jaar vastgezet.
Daarna berekent DUO op basis van je inkomen, en dat van een eventuele partner, hoeveel je per maand kunt terugbetalen. Dat heet draagkracht. DUO kijkt daarvoor meestal automatisch naar je inkomen. Is je draagkracht lager dan het wettelijk maandbedrag, dan betaal je dit lagere bedrag. Is je draagkracht hoger, dan betaal je gewoon het wettelijk maandbedrag. De draagkracht werkt dus als een rem op het maandbedrag, nooit als een verhoging.
Draagkracht is iets anders dan je totale schuld delen door het aantal maanden dat je nog moet aflossen. Het is het bedrag dat je volgens DUO op basis van je inkomen kunt missen. DUO berekent de draagkracht ieder kalenderjaar opnieuw. Verandert je inkomen, dan kan je maandbedrag daarna dus ook veranderen.
Er is één uitzondering. Betaal je terug volgens SF15-oud, dan kijkt DUO niet automatisch naar je inkomen. Je kunt dan zelf een lager maandbedrag aanvragen.
De vrijstellingen en percentages van 2026
Hoeveel draagkracht je hebt, hangt af van je terugbetalingsregels. Er zijn drie regelingen: SF35, SF15 en SF15-oud. Bij alle drie begint de aflosfase 2 jaar nadat je recht op studiefinanciering stopt.
Bij SF35 is de aflosfase maximaal 35 jaar. In 2026 is de vrijstelling voor een alleenstaande zonder kinderen € 26.819,42. Met partner of als alleenstaande ouder is de vrijstelling € 38.351,77. Over het inkomen boven de vrijstelling is de draagkracht 4%. Het inkomen van je partner telt altijd mee.
Bij SF15 is de aflosfase maximaal 15 jaar. De vrijstelling in 2026 is € 22.528,31 voor een alleenstaande zonder kinderen en € 32.183,30 met partner of als alleenstaande ouder. De draagkracht is 12% van het inkomen boven de vrijstelling. Ook hier telt het inkomen van je partner altijd mee.
Bij SF15-oud is de aflosfase 15 jaar. De vrijstelling voor een alleenstaande zonder kinderen is in 2026 € 13.409,71. Het inkomen boven de vrijstelling wordt in schijven ingedeeld, met percentages van 7,9%, 15,8%, 23,7% en 30%. Bij deze regeling bepaal je zelf of het inkomen van je partner meetelt.
Wat dit betekent bij een inkomen van 40.000 euro
Een voorbeeld maakt het verschil tussen de regelingen zichtbaar. Neem een alleenstaande zonder kinderen met een inkomen van € 40.000 per jaar in 2026. Dit is een rekenvoorbeeld, geen persoonlijk advies.
Volgens SF35 is de vrijstelling € 26.819,42. Er blijft dan € 13.180,58 aan inkomen boven de vrijstelling over. Daarvan is 4% draagkracht, dus € 527,22 per jaar. Dat komt neer op € 43,94 per maand.
Volgens SF15 is de vrijstelling € 22.528,31. Boven de vrijstelling blijft € 17.471,69 over. Daarvan is 12% draagkracht, dus € 2.096,60 per jaar. Dat is € 174,72 per maand.
Draagkracht per maand bij een inkomen van 40.000 euro (2026)
Alleenstaande zonder kinderen, rekenvoorbeeld volgens de DUO-regels voor 2026.
SF35 (4%)
€ 44
SF15 (12%)
€ 175
Het verschil tussen de twee regelingen is bij dit inkomen € 130,78 per maand, terwijl het inkomen gelijk is. Daar staat tegenover dat de aflosfase bij SF15 veel korter is.
Zelf narekenen
Wil je weten waar je zelf ongeveer op uitkomt, dan kun je dat narekenen met de tool studieschuld berekenen. Daar zie je wat je schuld betekent voor je maandlasten. Voor je maandbudget helpt het ook om te weten wat er netto van je brutoloon overblijft. Dat kun je nagaan met de tool nettoloon berekenen. Wie de studieschuld naast de andere vaste lasten wil zetten, kan een opzet maken met een financieel plan.
Gedaald inkomen en het peiljaar
Voor de berekening van het maandbedrag is je inkomen van 2 jaar geleden van belang. Dit heet het peiljaar. Voor 2026 kijkt DUO dus naar je inkomen uit 2024. Doe je aangifte bij de Belastingdienst, dan gaat DUO uit van je verzamelinkomen. Doe je geen aangifte, dan gaat DUO uit van het belastbaar loon op je jaaropgave.
Is je inkomen na het peiljaar gedaald, dan kun je DUO vragen om een recenter inkomensjaar als uitgangspunt te nemen. De voorwaarde is dat het gezamenlijke inkomen ten opzichte van het peiljaar met minstens 15% is gedaald. Die grens van 15% geldt niet bij een minimuminkomen. Daarmee bedoelt DUO een verzamelinkomen of belastbaar loon dat lager is dan € 23.416,72 in 2026. Voor de jaren ervoor gelden andere grenzen, namelijk € 22.368,97 in 2025 en € 21.447,75 in 2024.
Minder betalen heeft een prijs
Een lager maandbedrag klinkt aantrekkelijk, maar er zit een keerzijde aan. Betaal je naar draagkracht, dan daalt je schuld minder snel en betaal je in totaal meer rente. Blijft er na de aflosperiode nog schuld over, dan wordt die kwijtgescholden. Wie bewust het lage bedrag betaalt, rekent er dus eigenlijk op dat een deel van de schuld aan het einde wordt kwijtgescholden. Of dat gunstig uitpakt, hangt af van je schuld, de rente en hoe je inkomen zich de komende jaren ontwikkelt.
Naast de draagkrachtmeting zijn er nog twee manieren om het maandbedrag tijdelijk te verlagen. Je kunt DUO vragen om je maandbedrag te verlagen op basis van je inkomen. Het nieuwe maandbedrag kan dan zelfs € 0 zijn, afhankelijk van je inkomen. Ook kun je een aflosvrije periode inzetten, waarbij de aflossing tijdelijk wordt stopgezet. Daarvoor gelden wel regels. Je kunt maximaal 60 aflosvrije maanden inzetten, de rente over je schuld blijft gewoon doorlopen, en de maximale terugbetalingsperiode van 15 of 35 jaar wordt verlengd met het aantal maanden dat je inzet. Voor een schuld uit het levenlanglerenkrediet kun je geen aflosvrije periode inzetten.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.