Sparen

Hoe groot moet je financiële buffer zijn?

Een buffer is de eerste laag van je vermogen. Met de richtlijnen van het Nibud en cijfers van de AFM bepaal je hoeveel spaargeld je direct beschikbaar houdt.

Op je spaarrekening staat een bedrag, maar hoeveel daarvan is echt buffer? De meeste huishoudens sparen wel, 88 procent volgens cijfers van het Nibud uit 2024, alleen is vaak nooit bepaald welk deel van dat geld bedoeld is voor tegenslag en welk deel vrij is voor andere plannen. Dat onderscheid is de eerste stap in vermogensopbouw. De buffer is de laag die er altijd moet zijn en die direct beschikbaar blijft. Pas daarboven begint de vraag wat je met de rest van je vermogen wilt.

Wat een buffer wel en niet is

Het Nibud omschrijft een financiële buffer als geld dat je apart zet om onverwachte, grotere en noodzakelijke kosten direct te kunnen betalen als ze zich voordoen. Denk hierbij aan de vervanging van je inboedel, onderhoud aan huis en tuin, en reparaties aan je auto. Gaat de wasmachine stuk, dan betaal je die uit de buffer. Daar is hij voor bedoeld, dus geld eruit halen is geen falen.

Net zo belangrijk is wat er niet onder valt. De buffer is volgens het Nibud niet bedoeld voor tegenvallende inkomsten, bijvoorbeeld bij wisselende inkomsten als zelfstandige zonder personeel, bij werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of pensioen. Wil je daarvoor geld achter de hand hebben, dan spaar je dat apart. Ook spaardoelen zoals het laten studeren van je kind, de koop van een woning of het extra aflossen van je hypotheek vallen buiten het bufferbedrag.

Hoe groot de buffer moet zijn

Er is geen vast bedrag dat voor iedereen klopt. Het beste bufferbedrag verschilt per huishouden. Daarom heeft het Nibud de BufferBerekenaar gemaakt, die een persoonlijke adviesbuffer berekent op basis van je huishoudsituatie. Je hebt er alleen je bankafschriften en het bedrag aan spaargeld voor nodig.

Om een gevoel te geven van de orde van grootte geeft het Nibud als globale richtlijn dat een complete nieuwe inboedel rond de 10.500 euro kost voor een alleenstaande en circa 14.000 euro voor een gezin met twee kinderen. Niemand vervangt zijn hele inboedel in één keer, maar de richtlijn laat zien waarom een kleine buffer snel te krap is.

Opbouwen met de 10 procent van het Nibud

Het Nibud adviseert om maandelijks 10 procent van je netto inkomen te sparen. Dat bedrag bepaal je door je totale netto maandinkomen door 10 te delen. Sparen gaat het makkelijkst automatisch, door elke maand een vast bedrag naar je spaarrekening te laten overschrijven. Het Nibud noemt ook vakantiegeld of een dertiende maand als manier om jaarlijks geld opzij te zetten, en aan het eind van het jaar kun je controleren of die 10 procent gelukt is.

Neem als voorbeeld, en niet als advies, een netto maandinkomen van 3.000 euro. De richtlijn van 10 procent komt dan uit op 300 euro per maand. Na 12 maanden staat er 3.600 euro, na 24 maanden 7.200 euro en na 36 maanden 10.800 euro. Na drie jaar zit je daarmee boven de globale inboedelrichtlijn voor een alleenstaande van 10.500 euro.

Buffer opbouwen met 10 procent sparen

Voorbeeld bij 3.000 euro netto inkomen en 300 euro sparen per maand.

Na 12 maanden
€ 3.600
Na 24 maanden
€ 7.200
Na 36 maanden
€ 10.800
Richtlijn inboedel alleenstaande
€ 10.500

Wil je dit voor je eigen situatie op een rij zetten, dan kun je een financieel plan maken met de buffer als eerste post.

Wat er boven de buffer gebeurt

Staat de buffer op het bedrag dat bij je huishouden past, dan begint pas de vraag wat de rest van je vermogen moet doen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) onderzocht dit met administratieve data van het Centraal Bureau voor de Statistiek over onder meer spaargeld, betaalrekeningen en aangehouden effecten. De AFM gebruikte daarbij de uitgavenbuffer van het Nibud als ondergrens, voor zelfstandigen aangevuld met een extra inkomensbuffer.

Twee groepen vallen op. In 2019 had 11 procent van de 1,1 miljoen beleggende huishoudens minder geld achter de hand dan die uitgavenbuffer. Dat zijn 124,2 duizend huishoudens die beleggen terwijl de basis nog niet op orde is, en de AFM schrijft dat beleggen voor deze groep mogelijk onverstandig was. Tegelijk hadden 3,1 miljoen niet-beleggende huishoudens in 2019 juist voldoende buffer om tegenslagen op te vangen. Hun mediane spaartegoed was 32.300 euro, en na aftrek van hun persoonlijke uitgavenbuffer hielden zij mediaan 20.300 euro over. Voor die groep biedt beleggen op een verstandige manier voor de lange termijn volgens de AFM kansen.

De AFM rekende ook door wat er gebeurt als het geld boven de buffer negen jaar belegd zou worden, met een verondersteld bruto rendement van 7,4 procent per jaar en beleggingskosten van 0,6 procent van de inleg. Inclusief die kosten leverde beleggen in 77 procent van de simulaties meer op dan sparen, met een mediane opbrengst van 810 euro per jaar. In 23 procent van de simulaties leverde beleggen dus minder op dan sparen. In de slechtste 1 procent van de simulaties verloren huishoudens over negen jaar mediaan 5.100 euro inclusief kosten. Een goede buffer maakt beleggen mogelijk, maar geen zekerheid.

Wie wil zien wat rendement over een lange periode doet, kan dat narekenen met samengestelde rente berekenen. En wie wil weten wat de belasting met vermogen doet, kan de varianten naast elkaar zetten met box 3 vergelijken.

Waar je op moet letten

De cijfers van de AFM gaan over 2019 en het rendement in de simulaties is een aanname, geen belofte. De volgorde verandert daar niet door. Eerst komt een buffer op het niveau dat de BufferBerekenaar voor jouw huishouden aangeeft, daarna pas sparen met een doel, aflossen of beleggen. Na een uitgave uit de buffer vult de maandelijkse 10 procent het bedrag vanzelf weer aan. En wie wisselende inkomsten heeft, bouwt daarvoor een aparte pot op naast de buffer, want daar is de buffer volgens het Nibud niet voor bedoeld.

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.