Box 3 in je aangifte: de peildatum en veelgemaakte fouten
Box 3 gaat over je vermogen op 1 januari. Zo werken de peildatum, het heffingsvrij vermogen van € 59.357 in 2026 en de drempel voor schulden.
Je vult je belastingaangifte in en komt bij box 3, het deel over je vermogen. Daar loop je meteen tegen een praktische vraag aan. Je saldo verandert het hele jaar door, dus welk bedrag vul je in? Dat van vandaag, dat van vorige maand, of een gemiddelde over het jaar? Voor box 3 telt maar één moment, en dat is 1 januari van het jaar waarover je aangifte doet.
De peildatum is 1 januari
De Belastingdienst berekent de belasting in box 3 over de grondslag sparen en beleggen. Dat is de waarde van je vermogen op 1 januari van het jaar van aangifte, min je heffingsvrij vermogen. Voor de aangifte over 2026 kijkt de Belastingdienst dus naar wat je op 1 januari 2026 had aan spaargeld, beleggingen en andere bezittingen, min je schulden.
Wat er na die datum gebeurt, verandert niets meer aan die aangifte. Geef je in maart een groot bedrag uit, dan telt dat geld voor dat jaar gewoon nog mee, want op 1 januari stond het op je rekening. Komt er in juni juist geld bij, dan zie je dat pas terug in de aangifte over het jaar daarna. Wie het saldo invult van de dag waarop hij de aangifte doet, maakt daarmee de eerste veelgemaakte fout.
Het heffingsvrij vermogen in 2026
Over een deel van je vermogen, je bezittingen min je schulden, betaal je geen belasting. Dat vaste bedrag heet het heffingsvrij vermogen. In 2026 is dat € 59.357 zonder fiscale partner. Heb je het hele jaar een fiscale partner, of heb je een deel van het jaar een fiscale partner en kiezen jullie ervoor om het hele jaar fiscale partners te zijn, dan wordt het heffingsvrij vermogen verdubbeld naar € 118.714 in 2026.
Doe je nog aangifte over 2025, dan gelden andere bedragen, namelijk € 57.684 zonder fiscale partner en € 115.368 met fiscale partner. Het jaar waarover je aangifte doet bepaalt dus welk bedrag je gebruikt.
Een rekenvoorbeeld met € 150.000 spaargeld
De Belastingdienst rekent in box 3 niet met je echte rendement, maar met vaste percentages. Voor banktegoeden is dat 1,28% in 2026, voor beleggingen en andere bezittingen 6,00% en voor aftrekbare schulden 2,70%.
Stel, je hebt op 1 januari 2026 € 150.000 op de bank en geen fiscale partner. Het berekende rendement is dan € 150.000 x 1,28% = € 1.920. Van je vermogen gaat het heffingsvrij vermogen van € 59.357 af, waardoor de grondslag sparen en beleggen € 90.643 is. Dat is 60,42% van je vermogen. Je voordeel uit sparen en beleggen is dan 60,42% van € 1.920, dus € 1.160. Daarover betaal je in 2026 het box 3-tarief van 36%, en dat komt uit op € 417 belasting.
Met een fiscale partner pakt hetzelfde spaargeld heel anders uit. Samen hebben jullie in 2026 € 118.714 heffingsvrij vermogen. De grondslag is dan € 150.000 min € 118.714, dus € 31.286. Verdelen jullie die ieder voor de helft, dan geeft elke partner € 15.643 op. Dat is 10,42% van de rendementsgrondslag, en het voordeel uit sparen en beleggen komt per partner uit op € 200. De belasting is dan 36% x € 200 = € 72 per persoon, samen € 144.
Box 3-belasting in 2026 bij € 150.000 spaargeld
Rekenvoorbeeld van de Belastingdienst, met verdeling ieder de helft.
Zonder fiscale partner
€ 417
Met fiscale partner, samen
€ 144
Het verschil komt door het dubbele heffingsvrije vermogen. Het vermogen en de peildatum zijn in beide gevallen gelijk.
De grondslag verdelen met je fiscale partner
Als je het hele jaar een fiscale partner hebt, of ervoor kiest om het hele jaar fiscale partners te zijn, mogen jullie de grondslag sparen en beleggen samen verdelen. Elke verdeling mag, als het totaal maar uitkomt op het bedrag van de hele grondslag. Ieder de helft kan dus, maar een andere verhouding ook.
De partnerstatus luistert daarbij nauw. Heb je maar een deel van het jaar een fiscale partner en kiezen jullie er niet voor om het hele jaar fiscale partners te zijn, dan geef je gewoon je eigen vermogen op 1 januari op en geldt je eigen heffingsvrij vermogen.
Schulden tellen mee, maar met een drempel
Schulden verlagen je vermogen in box 3, maar niet vanaf de eerste euro. Van het totaal van je schulden is alleen het deel boven de drempel aftrekbaar. In 2026 is die drempel € 3.800 zonder fiscale partner. Heb je het hele jaar een fiscale partner, dan is de drempel het dubbele bedrag van € 7.600. In 2025 golden dezelfde drempels als in 2026.
Je hoeft dat aftrekbare deel niet zelf uit te rekenen, want in de aangifte doet de Belastingdienst dat. De drempel is wel een bron van misrekeningen. Wie € 3.000 aan schulden heeft en geen fiscale partner, blijft in 2026 onder de drempel van € 3.800 en trekt dus niets af, terwijl de bezittingen wel volledig meetellen.
Zelf narekenen
Wat box 3 bij jouw vermogen kost, reken je na met de tool belasting berekenen. Daar zie je wat de vaste percentages en het tarief van 36% in 2026 met een bedrag doen. Met box 3 vergelijken zet je de stelsels naast elkaar, en wie benieuwd is hoe vermogen over langere tijd groeit, kan spelen met samengestelde rente berekenen.
Waar het misgaat bij de aangifte
Drie fouten komen steeds terug. De eerste is de verkeerde datum. Het gaat om de waarde van je vermogen op 1 januari van het jaar waarover je aangifte doet, niet om het saldo op de dag dat je de aangifte invult en niet om een gemiddelde over het jaar.
De tweede fout is de partnerstatus. Of je het hele jaar fiscale partners was, een deel van het jaar, of kiest om het hele jaar als fiscale partners te tellen, bepaalt of het heffingsvrij vermogen van € 118.714 in 2026 voor jullie samen geldt en of jullie de grondslag mogen verdelen. In het rekenvoorbeeld hierboven scheelt dat bij € 150.000 spaargeld € 417 tegenover € 144.
De derde fout zit in de schulden. Kleine schulden onder de drempel van € 3.800 in 2026 leveren geen aftrek op, terwijl mensen er wel op rekenen. Met een fiscale partner het hele jaar geldt in 2026 de dubbele drempel van € 7.600. Wie deze drie punten goed heeft, heeft de lastigste stukken van box 3 in de aangifte gehad.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.