Belasting

Arbeidskorting en algemene heffingskorting in 2026 uitgelegd

In 2026 bepalen de arbeidskorting en de algemene heffingskorting hoeveel van je brutoloon netto overblijft. Zo werken de twee kortingen.

Je krijgt er € 100 bruto per maand bij en houdt daar netto minder van over dan je had gehoopt. Dat ligt maar voor een deel aan het belastingtarief. Twee heffingskortingen spelen mee: de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Die dalen in 2026 allebei zodra je inkomen boven een bepaalde grens uitkomt, en juist dat maakt extra bruto minder waard dan je zou verwachten.

Wat een heffingskorting is

Een heffingskorting is een korting op de belasting die je over je inkomen betaalt. Je hoeft er niets voor te doen. Je werkgever verrekent de kortingen via de loonheffing en bij de aangifte rekent de Belastingdienst ze opnieuw uit. Het is dus geen truc en geen aftrekpost die je moet aanvragen, de kortingen zitten automatisch in je nettoloon verwerkt.

Voor werkenden gaat het vooral om twee kortingen. De algemene heffingskorting hangt af van je verzamelinkomen. De arbeidskorting geldt voor inkomen uit werk.

De algemene heffingskorting in 2026

De Belastingdienst publiceert elk jaar een tabel. Voor 2026 geldt het volgende als je de AOW-leeftijd (AOW staat voor Algemene Ouderdomswet) nog niet bereikt:

  • Tot en met een verzamelinkomen van € 29.736 is de korting € 3.115.
  • Vanaf € 29.737 tot en met € 78.426 is de korting € 3.115 min 6,398% van het deel van je verzamelinkomen boven € 29.736.
  • Vanaf € 78.427 is de korting € 0.

Boven de grens van € 29.736 gaat er dus bij elke extra euro verzamelinkomen 6,398 cent van de korting af, tot er bij € 78.427 niets meer over is.

Heb je in 2026 het hele jaar de AOW-leeftijd, dan gelden lagere bedragen. De korting is dan maximaal € 1.556, bouwt af met 3,195% over hetzelfde traject en is vanaf € 78.427 ook € 0.

De arbeidskorting in 2026

De arbeidskorting kent meer stappen. Voor 2026 geldt het volgende als je de AOW-leeftijd nog niet bereikt:

  • Tot en met een arbeidsinkomen van € 11.965: 8,324% van je arbeidsinkomen.
  • Vanaf € 11.966 tot en met € 25.845: € 996 plus 31,009% van het deel boven € 11.965.
  • Vanaf € 25.846 tot en met € 45.592: € 5.300 plus 1,950% van het deel boven € 25.845.
  • Vanaf € 45.593 tot en met € 132.920: € 5.685 min 6,510% van het deel boven € 45.592.
  • Vanaf € 132.921: € 0.

De korting loopt dus eerst op tot maximaal € 5.685 en bouwt daarna weer af. Heeft je werkgever een hogere arbeidskorting berekend en is je arbeidsinkomen niet hoger dan € 45.593, dan neemt de Belastingdienst de arbeidskorting van je werkgever over, tot maximaal € 5.685.

Wat dit betekent bij een loonsverhoging

Een rekenvoorbeeld laat zien hoe de afbouw doorwerkt. Neem iemand die in 2026 jonger is dan de AOW-leeftijd, met een verzamelinkomen dat gelijk is aan het arbeidsinkomen. Dit is een voorbeeld, geen normbedrag.

Bij een inkomen van € 35.000 in 2026:

  • Algemene heffingskorting: € 3.115 min 6,398% van (€ 35.000 min € 29.736) is afgerond € 2.778.
  • Arbeidskorting: € 5.300 plus 1,950% van (€ 35.000 min € 25.845) is afgerond € 5.479.
  • Samen: afgerond € 8.257.

Bij een inkomen van € 55.000 in 2026:

  • Algemene heffingskorting: € 3.115 min 6,398% van (€ 55.000 min € 29.736) is afgerond € 1.499.
  • Arbeidskorting: € 5.685 min 6,510% van (€ 55.000 min € 45.592) is afgerond € 5.073.
  • Samen: afgerond € 6.572.

Totale heffingskortingen in 2026 bij twee inkomens

Algemene heffingskorting en arbeidskorting samen, afgerond op hele euro's. Voorbeeld, geen normbedrag.

Inkomen € 35.000
€ 8.257
Inkomen € 55.000
€ 6.572

Het bruto inkomen stijgt in dit voorbeeld met € 20.000, terwijl de twee heffingskortingen samen met afgerond € 1.685 dalen. Over de extra € 20.000 betaal je de gewone inkomstenbelasting en daar komt het verlies aan kortingen nog bovenop. Dat verklaart een deel van het verschil tussen wat er bruto bijkomt en wat je er netto van terugziet. Eventuele gevolgen voor toeslagen staan hier nog los van.

Zelf narekenen

Wat een brutoloon in 2026 netto oplevert, zie je met nettoloon berekenen. Wil je breder kijken naar de belasting die je over je inkomen betaalt, dan kan dat met belasting berekenen.

De Belastingdienst heeft daarnaast een eigen hulpmiddel dat laat zien wat een verandering van inkomen in 2026 betekent voor de algemene heffingskorting of de arbeidskorting. Daar zitten wel twee beperkingen aan. Het hulpmiddel houdt geen rekening met de mogelijke gevolgen voor toeslagen en het is niet bedoeld voor iemand die in 2026 de AOW-leeftijd bereikt.

Waar je op moet letten

De kortingen gaan vanzelf, maar een paar dingen zijn goed om te weten:

  • De bedragen en percentages zijn jaargebonden. De cijfers in dit artikel gelden voor 2026.
  • Vanaf een verzamelinkomen van € 78.427 is de algemene heffingskorting in 2026 € 0, terwijl de arbeidskorting pas vanaf een arbeidsinkomen van € 132.921 op € 0 uitkomt. Bij hogere inkomens werkt de afbouw van de twee kortingen dus verschillend.
  • Wie in 2026 het hele jaar de AOW-leeftijd heeft, krijgt een lagere algemene heffingskorting, met een maximum van € 1.556.
  • Een verandering van inkomen kan naast de heffingskortingen ook gevolgen hebben voor toeslagen. Die rekent het hulpmiddel van de Belastingdienst niet mee.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.