Eerder stoppen met werken en het gat tot je AOW overbruggen
Wil je stoppen met werken voordat je AOW ingaat? Zo reken je uit hoeveel maanden je moet overbruggen en welke potten dat gat kunnen vullen.
Veel mensen hebben "met 67 met pensioen" in hun hoofd. Maar de dag waarop je AOW ingaat en de leeftijd waarop het pensioen uit je regeling begint, lopen niet altijd gelijk. Wie eerder wil stoppen dan de AOW-datum, zit een aantal maanden zonder AOW en moet die periode zelf betalen. Dat gat is geen abstract pensioenprobleem. Het is een maandbedrag keer het aantal maanden dat je moet overbruggen.
De AOW-leeftijd staat vast tot en met 2031
De Rijksoverheid heeft de AOW-leeftijd voor de komende jaren vastgesteld:
In 2025, 2026 en 2027 is de AOW-leeftijd 67 jaar.
Van 2028 tot en met 2031 is de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden.
De AOW-leeftijd wordt 5 jaar van tevoren vastgesteld. Voor de jaren na 2031 is de leeftijd nog niet bekend. Wie in 2028 of later aan de beurt is, ontvangt de eerste AOW dus 3 maanden later dan iemand die in 2027 de AOW-leeftijd bereikt.
Hoeveel AOW krijg je
De hoogte van de AOW hangt af van je persoonlijke situatie. De uitkering volgt het minimumloon en de overheid past de hoogte elk halfjaar aan. Woon je alleen, dan krijg je 70% van het minimumloon. Woon je in één huis met je partner, dan krijg je 50% van het minimumloon.
In euro's ziet dat er volgens de Sociale Verzekeringsbank zo uit. Vanaf 1 juli 2026 is de bruto AOW voor iemand die alleen woont 1.662,16 euro per maand. Netto, met loonheffingskorting, is dat 1.581,55 euro per maand. Voor iemand die getrouwd is of samenwoont is het brutobedrag 1.139,39 euro per persoon per maand, netto met loonheffingskorting 1.084,13 euro per persoon. Voor elke maand AOW bouw je ook vakantiegeld op. Dat is 104,78 euro bruto als je alleen woont en 74,85 euro bruto per persoon als je getrouwd bent of samenwoont.
Heb je een tijd buiten Nederland gewoond, dan telt dat mee. Voor elk jaar waarin je niet in Nederland hebt gewoond, krijg je 2% minder AOW.
Het gat is een rekensom
Stel, je wilt stoppen op je 67e verjaardag, terwijl jouw AOW pas ingaat bij 67 jaar en 3 maanden. Dan is het gat 3 maanden. Dit is nadrukkelijk een voorbeeld, want jouw echte AOW-datum hangt af van het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt.
Heb je in die 3 maanden 1.800 euro per maand nodig, dan is de benodigde overbrugging 5.400 euro. Heb je 2.500 euro per maand nodig, dan is het 7.500 euro.
Benodigde overbrugging bij een gat van 3 maanden
Voorbeeld: stoppen op 67 jaar terwijl de AOW ingaat op 67 jaar en 3 maanden.
1.800 euro per maand nodig
€ 5.400
2.500 euro per maand nodig
€ 7.500
Let bij zulke rekensommen op het verschil tussen bruto en netto. Een RVU-uitkering is bijvoorbeeld een brutobedrag, terwijl de uitgaven die je moet overbruggen netto zijn. Bruto en netto horen daarom niet in dezelfde rekensom.
Welke potten het gat kunnen vullen
Voor de overbrugging tellen ruwweg vier soorten vermogen mee.
Spaargeld en beleggingen. Vrij vermogen is de eenvoudigste overbrugging, want je bepaalt zelf wanneer je het opneemt. De afweging is dat je dit vermogen dan niet meer voor iets anders kunt gebruiken.
Lijfrente. Een lijfrente is vermogen dat je zelf opbouwt als aanvulling op je pensioen. Hoeveel je daarvoor fiscaal vriendelijk mag inleggen, hangt af van je jaarruimte. Die reken je na met jaarruimte berekenen.
Pensioen via de werkgever. Veel mensen bouwen pensioen op via de werkgever, en dat pensioen ontvang je zo lang je leeft. Het kabinet heeft ook een plan voor een bedrag ineens bij pensionering. Volgens dat plan kunnen deelnemers maximaal 10% van hun ouderdomspensioen opnemen, en alleen op de dag dat ze met pensioen gaan. Wie dat doet, moet in 2026 minimaal 632,63 euro per jaar aan pensioen overhouden. Wie kiest voor een hoog-laagpensioen, kan geen gebruik maken van het bedrag ineens.
Een RVU-regeling via de werkgever. Met een RVU-regeling kunnen werknemers maximaal 3 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd stoppen met werken, zonder dat de werkgever extra belasting betaalt. Die vrijstelling geldt in 2026 tot een bedrag van 2.357 euro bruto per maand. Voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen kan de werkgever vanaf 1 januari 2026 maximaal 300 euro bruto per maand extra meegeven. Stopt de werknemer eerder dan 3 jaar voor de AOW, of is de uitkering hoger dan het drempelbedrag, dan betaalt de werkgever over dat deel RVU-heffing. Die heffing is 57,7% in 2026 en wordt stapsgewijs verhoogd naar 65% in 2028.
Zelf narekenen
Hoe groot jouw gat is, hangt af van je AOW-datum, je pensioenregeling en je uitgaven. Met pensioen berekenen zie je wat AOW en aanvullend pensioen samen opleveren en hoeveel je zelf moet aanvullen. Overweeg je een lijfrente voor de overbrugging, dan is jaarruimte berekenen de logische tweede stap.
Waar je op moet letten
De AOW-leeftijd wordt 5 jaar van tevoren vastgesteld. Voor de jaren na 2031 is de leeftijd nog niet bekend.
De AOW-bedragen veranderen ieder halfjaar, omdat de uitkering het minimumloon volgt. De bedragen in dit artikel gelden vanaf 1 juli 2026.
De hoogte van jouw AOW hangt af van je situatie. Alleen wonen, samenwonen en jaren buiten Nederland maken verschil.
Een RVU-uitkering en het bedrag ineens zijn brutobedragen. Wat je er netto aan overhoudt, bepaalt hoeveel maanden je ermee kunt overbruggen.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.