Belasting

Vijf checks voor je vermogen voordat je aangifte doet

Wie vermogen heeft, laat snel fiscaal voordeel liggen. Vijf checks voor 2026 over box 3, schulden, groene beleggingen, jaarruimte en hypotheekrenteaftrek.

Wie vermogen heeft, kijkt bij de aangifte vaak vooral naar het spaarsaldo op 1 januari. Juist rond vermogen zitten drempels, vrijstellingen en aftrekposten die je makkelijk over het hoofd ziet. Denk hierbij aan de drempel voor schulden in box 3, de vrijstelling voor groene beleggingen en de jaarruimte voor pensioen. Voor het belastingjaar 2026 zijn er vijf posten die een controle verdienen voordat je de aangifte invult. Niet iedereen heeft al deze posten. Heb je er een niet, dan sla je die check over.

Check 1: kloppen je bezittingen op de peildatum

Bezittingen zoals spaargeld, beleggingen, aandelen of een tweede woning geef je aan in de aangifte inkomstenbelasting. Dat geldt ook voor de bezittingen en schulden van je fiscale partner en je minderjarige kinderen. Voor beursgenoteerde aandelen, obligaties, winstbewijzen, opties en aandelen in beleggingsfondsen telt de slotwaarde uit de Officiële Prijscourant van Euronext Amsterdam op de peildatum. Op 1 januari 2026 is dat de slotwaarde over 2025.

Niet al het vermogen telt mee. Het heffingsvrij vermogen is in 2026 59.357 euro per persoon, met fiscale partner samen 118.714 euro. Een uitvaartverzekering die alleen uitkeert bij overlijden hoef je niet aan te geven als het maximaal verzekerde kapitaal per verzekerde niet meer is dan 8.904 euro. Kapitaalverzekeringen die op of voor 14 september 1999 zijn afgesloten tellen niet mee bij je bezittingen als de gezamenlijke waarde op 1 januari 2026 123.428 euro of lager is. Met fiscale partner is die grens 246.856 euro.

De Belastingdienst rekent in 2026 met de werkelijke verdeling van spaargeld en beleggingen. Voor spaargeld geldt een fictief rendement van 1,28 procent en voor beleggingen 6,00 procent. Over het berekende voordeel uit sparen en beleggen betaal je 36 procent belasting. Het maakt voor de aanslag dus veel uit of vermogen als spaargeld of als belegging in de aangifte staat. Met box 3 vergelijken zie je wat die verdeling betekent.

Check 2: staan je schulden erin, met de drempel

Ook schulden kunnen in box 3 horen. Denk hierbij aan een lening bij een bank of een hypotheek voor een tweede woning. Minder bekend is dat je ook te betalen erfbelasting en terug te betalen toeslagen als schuld mag opvoeren.

Voor schulden geldt in 2026 een drempel van 3.800 euro zonder fiscale partner en 7.600 euro met fiscale partner. Alleen het deel boven de drempel telt mee. Stel dat je zonder fiscale partner een schuld van 10.000 euro hebt. Dan gaat er eerst 3.800 euro af en blijft 6.200 euro aftrekbare schuld over.

Box 3-schuld na drempel

Voorbeeld voor 2026 zonder fiscale partner.

Totale schuld
€ 10.000
Drempel
€ 3.800
Aftrekbare schuld
€ 6.200

De Belastingdienst rekent voor schulden in 2026 met een fictief rendement van 2,70 procent. In dit voorbeeld verlaagt de schuld het berekende rendement met 6.200 euro maal 2,70 procent, dus 167,40 euro. Tegen het box 3-tarief van 36 procent scheelt dat 60,26 euro belasting. Dit is een uitlegvoorbeeld en geen advies, maar het laat zien dat een vergeten schuld geld kost.

Check 3: zijn groene beleggingen goed verwerkt

Groene beleggingen hebben in 2026 een vrijstelling in box 3 tot maximaal 26.715 euro. Met fiscale partner is de vrijstelling 53.430 euro. Ook krijg je een heffingskorting van 0,1 procent van deze vrijstelling. De vrijstelling en de heffingskorting zijn in 2026 verlaagd ten opzichte van eerdere jaren. Heb je groene beleggingen, dan loont het om te controleren of ze in de aangifte als groene belegging staan en of de vrijstelling is toegepast.

Check 4: heb je jaarruimte of reserveringsruimte

Bouw je zelf pensioenvermogen op met een lijfrenteverzekering, een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht, dan mogen de premies of stortingen aftrekbaar zijn. Er gelden twee voorwaarden: je betaalt de premies of stortingen zelf en je hebt een pensioentekort. Hoeveel je mag aftrekken heet de jaarruimte. De jaarruimte voor 2026 hangt af van je situatie in 2025.

Jaarruimte die je niet gebruikt, heet reserveringsruimte. Die blijft nog tien jaar bruikbaar. In de reserveringsruimte van 2026 passen de niet eerder gebruikte jaarruimtes uit 2016 tot en met 2025, en in 2027 vervalt de niet-gebruikte jaarruimte uit 2016. Wie geboren is voor 1 september 1953 kan de jaarruimte 2026 niet gebruiken, maar misschien wel de reserveringsruimte 2026.

De Belastingdienst geeft een voorbeeld. Is je jaarruimte 2026 1.600 euro, heb je geen reserveringsruimte en heb je 2.000 euro aan lijfrenten betaald, dan is maximaal 1.600 euro aftrekbaar in box 1 en blijft 400 euro niet aftrekbaar. De premie of storting moet bovendien zijn betaald voor 1 juli van het volgende kalenderjaar. Je eigen ruimte reken je na met jaarruimte berekenen, en met pensioen berekenen zie je wat je opbouw voor later betekent.

Check 5: klopt je beeld van de hypotheekrenteaftrek

De eigen woning valt niet in box 3, maar hoort wel in dit rijtje. In 2026 geldt een beperking van de hypotheekrenteaftrek als je inkomen uit werk en woning zonder aftrekposten hoger is dan 78.426 euro. In 2025 lag die grens op 76.817 euro. De tariefsaanpassing is in 2026 11,94 procent. Daardoor is de aftrek van hypotheekrente in de hoogste belastingschijf in 2026 beperkt tot 37,56 procent, tegen 37,48 procent in 2025. De beperking geldt ook voor andere aftrekbare kosten voor de eigen woning, zoals periodieke betalingen voor erfpacht en notaris- en advieskosten voor het afsluiten van de hypotheek. Met hypotheek berekenen reken je door wat een hypotheek in jouw situatie kost.

Verdelen met je fiscale partner

Fiscale partners mogen bepaalde inkomsten en aftrekposten onderling verdelen. Verdeelbaar is onder meer het saldo van de inkomsten en aftrekposten van de eigen woning. Voor box 3 hangt het af van de gezamenlijke rendementsgrondslag. Is die hoger dan 118.714 euro, dan is de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen verdeelbaar. Ligt die boven 76.958 euro maar op of onder 118.714 euro, dan is de gezamenlijke rendementsgrondslag verdeelbaar. En is die 76.958 euro of lager, dan is de vrijstelling voor groene beleggingen verdeelbaar. Loon, uitkering en pensioen mag je niet verdelen, en uitgaven voor inkomensvoorzieningen ook niet.

Goed om te weten is verder de volgorde van verrekenen. Aftrekposten worden eerst verrekend met box 1, daarna met box 3 en daarna met box 2 als er dan nog aftrek overblijft.

Zelf narekenen

Wil je weten wat deze posten samen doen met je aanslag, dan reken je dat na met belasting berekenen. Bij de uitkomst geldt de aanslaggrens. Je krijgt geld terug als het bedrag hoger is dan 18 euro. Je moet betalen als de verschuldigde belasting meer is dan 58 euro, behalve als er eerder al een voorlopige aanslag was.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Bedragen en regels veranderen; controleer altijd de genoemde bronnen voor je een beslissing neemt.